De kwaliteit van de lucht kan aan de hand van de luchtkwaliteitsindex (IRCEL) geëvalueerd worden. De luchtkwaliteitsindex is gebaseerd op continue metingen van de concentratie van 4 verontreinigende stoffen (ozon (O3), stikstofdioxide (NO2), zwaveldioxide (SO2) en fijn stof (PM10)) in de omgevingslucht. Voor elke meting bepaalt de parameter met de hoogste indexwaarde de waarde van de uiteindelijke luchtkwaliteitsindex op die dag.
De vier gemeten polluenten zijn voornamelijk afkomstig van menselijke activiteiten zoals verwarming, industrie en verkeer. De metingen worden in verschillende meetstations in België uitgevoerd (telemetrisch immissiemeetnet, VMM) en dagelijks op het internet gepubliceerd door IRCEL (http://www.irceline.be).
EU-grenswaarden voor SO2 (125 µg/m³ niet meer dan 3x per jaar, 24-uurswaarde), NO2 (200 µg/m³, max. 1 uur), O3 (120 µg/m³, max. 8 uur) en PM10 (50 µg/m³, 24-uurswaarde) komen overeen met een index van respectievelijk 8, 8, 7 en 6 voor de afzonderlijke polluenten.
In Antwerpen werd in 2006 in 47 % van de gevallen of op 171 dagen een goede tot zeer goede luchtkwaliteitsindex bekomen. Een middelmatige luchtkwaliteit werd vastgesteld op 147 dagen (43 %) en voor 10 % van de dagen was de luchtkwaliteit slecht. In het landelijk meetstation van Veurne werd in 2006 gedurende 213 dagen (58 %) een goede tot zeer goede index waargenomen. Een middelmatige luchtkwaliteit werd waargenomen op 123 dagen (34 %) en voor 8 % van de dagen werd een slechte luchtkwaliteit genoteerd. In 2006 is de luchtkwaliteit minder goed in de Antwerpen dan in de andere meetstations (Gent en het landelijke meetstation Veurne).
Laatst bijgewerkt
November 2007