Ondanks gunstige evolutie blijft de waterbodemkwaliteit problematisch
In de periode 2007 - 2010 was 33 % van de onderzochte meetplaatsen sterk verontreinigd, 66 % licht verontreinigd tot verontreinigd en slechts 1 % was niet verontreinigd.
Uit de toets aan de normen blijkt dat enkele stoffen in meer dan de helft van de meetplaatsen de normen overschrijden. Daarbij enkele afbraakproducten van DDT (insecticide), hexachloorbenzeen (fungicide), een vlamvertrager (BDE 28) en een PCB (PCB 138).
Om na te gaan in welke mate de waterbodemkwaliteit de jongste tien jaar evolueerde, werden de 212 meetpunten geselecteerd die zowel in de periode 2000-2003, 2004-2007 als in 2008-2010 bemonsterd werden. Het percentage sterk verontreinigde meetplaatsen is duidelijk gedaald, terwijl de percentages niet en licht verontreinigd relatief sterk toegenomen zijn. Verbeteringen van de waterbodemkwaliteit kunnen verschillende oorzaken hebben:
- verwijderen van sediment (al leidt sanering niet altijd tot een verbetering van de waterbodemkwaliteit omdat de historische verontreiniging soms diep in de waterbodem is doorgedrongen);
- door verminderde lozingen van toxische stoffen is de nieuw gevormde waterbodem minder vervuild;
- door de gewijzigde fysisch-chemische kwaliteit van de waterkolom, bijvoorbeeld hogere zuurstofconcentraties, kan nalevering van toxische stoffen vanuit de waterbodem naar de waterkolom optreden.
Laatst bijgewerkt
November 2011