De indicator geeft gehalten van zware metalen in de fijne fractie van het sediment (< 63 µm) en in garnaal.
De zware metalen in sediment fluctueren lichtjes, en zijn ook functie van variaties in de staalname, staalverwerking en analyse. Voor deze zeer lage concentraties zijn deviaties van 10-20 % heel gewoon. Ze bevonden zich tussen de beneden- en bovengrenzen die werden vastgelegd in de “ecotoxicological assessment criteria” (EAC) van OSPAR. Voor As zijn de waarden gemiddeld ruim het dubbele van de bovenlimiet, en bleef geen enkele waarde lager dan deze limiet. Voor Pb werden in 2003 en 2004 lichte overschrijdingen vastgesteld, en blijven de waarden altijd dicht bij die bovengrens. Voor de andere metalen zijn de waarden stabiel ongeveer halfweg tussen die onder – en bovenlimiet. Dat betekent concreet dat deze waarden voor Pb en As een mogelijk effect op bepaalde organismen zullen hebben. Voor Pb is de overschrijding licht en zijn de waarden door de ban van loodhoudende brandstoffen sterk teruggelopen.
Hoewel de gehalten in garnaal allemaal een maximum bereiken in 2005, valt uit de figuur weinig concreet af te leiden. Voor Cd, Hg en Pb zijn de concentraties (uitgedrukt in µg/kg versgewicht), gezien de lage waarden, logischerwijze sterk variabel. Voor Cu en Zn (uitgedrukt in mg/kg versgewicht), waar de concentraties ca. 1000 maal hoger liggen, is dat minder het geval.
De Belgische wetgeving heeft voor Cd, Hg en Pb normen in visserijproducten voorgesteld. Deze normen gelden voor het vlees van dergelijke producten. Voor garnaal is er geen probleem.
Laatst bijgewerkt
Augustus 2007