Een verhoogde concentratie aan broeikasgassen in de atmosfeer zorgt voor een toename van de gemiddelde temperatuur op aarde met verschuiving van de klimaatgordels en wijzigingen in extreme weersfenomenen tot gevolg.
Gemiddelde temperatuurstijging mag maximaal 2 °C bedragen
Het Klimaatverdrag van de Verenigde Naties uit 1992 bepaalt dat de broeikasgasconcentratie in de atmosfeer gestabiliseerd moet worden op een niveau waarop geen gevaarlijke menselijke verstoring van het klimaatsysteem optreedt. Dit moet gebeuren binnen een termijn die ecosystemen toelaat zich op natuurlijke wijze aan te passen aan de klimaatverandering, die de voedselvoorziening verzekert en die de economische ontwikkeling op een duurzame manier laat voortgaan. In de EU is afgesproken dat daartoe de temperatuur max. 2 °C mag stijgen ten opzichte van de periode voor het industriële tijdperk.
Omdat (zeker binnen Europa) de jaargemiddelde temperaturen in de pre-industriële periode 1750-1799 erg gelijkaardig zijn met deze in de periode 1850-1899 en in deze laatste periode metingen voor veel meer locaties beschikbaar zijn, wordt voor toetsing aan de 2 °C-doelstelling doorgaans gewerkt met 1850-1899 als referentieperiode.
Mens jaagt mondiale temperatuur omhoog
Mondiaal nam de gemiddelde oppervlaktetemperatuur op aarde toe met 0,81 °C tussen 1850 en 2010 (eerste figuur). Deze verandering is ongewoon - zowel in omvang als in snelheid waarmee ze plaatsvindt - en overtreft ruimschoots de natuurlijke klimaatfluctuaties van de laatste 1 000 jaren. De temperatuurtoename kent bovendien ook een duidelijke versnelling: over de laatste 100 jaar bedroeg de tempertuurverandering gemiddeld 0,06 °C per decennium, maar al 0,10 °C per decennium in de laatste 50 jaar en zelfs 0,18 °C wanneer we 2000-2010 vergelijken met 1990-2000. Dit maakt dat de laatste 3 decennia de 26 warmste jaren sinds 1850 omvatten en dat de gemiddelde temperatuur op aarde in die periode alleen al met 0,5 °C toenam. Het noordelijk halfrond blijkt bovendien sneller op te warmen dan het zuidelijk halfrond.
De oorzaak van die ontegensprekelijke opwarming van de aarde legt het IPCC in eerste instantie bij de oplopende broeikasgasconcentraties in onze atmosfeer onder invloed van antropogene activiteiten gerelateerd aan de industriële revolutie en de wijzigende landbouw.
Opwarming in Europa nog groter
In Europa is de temperatuur nog sterker gestegen dan het mondiale gemiddelde en zelfs sterker dan het noordelijk halfrond: een toename met 1,0 °C ten opzichte van de pre-industriële referentie als we zowel temperaturen boven land als zee beschouwen, en een toename met 1,2 °C als we enkel naar de tempertuur boven land kijken (eerste figuur).
2007 en 2008 waren respectievelijk het warmste en het tweede warmste jaar sinds 1850. 2010 neemt de 24ste plaats in van warmte jaren op het Europese vasteland. En de 13 warmste jaren sinds 1850 lagen allemaal in de periode 1989-2010.
België nu 2,3 °C warmer dan in pre-industriële periode
Ook in België vertonen de metingen een duidelijk stijgende trend (eerste figuur). Statistische analyse van de jaargemiddelde temperatuur in België geeft aan dat die temperatuur significant stijgt sinds eind 19de eeuw. Halverwege de 20ste eeuw is de stijging even gestopt, maar nadien is de temperatuur nog sneller beginnen stijgen. De trendlijn geeft aan dat het in België ondertussen gemiddeld 2,3 °C warmer is dan in de pre-industriële periode (tweede figuur).
Met jaargemiddelde temperaturen van respectievelijk 11,5 °C en 11,4 °C waren 2007 en 2006 de absolute recordjaren sinds de metingen startten in 1833. De 16 warmste jaren sinds 1833 situeren zich allemaal in de periode 1989-2010, terwijl de 20 koudste jaren zich voordeden voor 1895. 2010 daarentegen was met een jaargemiddelde temperatuur van 9,6 °C het koudste jaar sinds 1996. Uit voorlopige resultaten blijkt bovendien dat 2011 met een jaargemiddelde temperatuur van 11,6 °C het record van 2007 verbreekt.
Laatst bijgewerkt
Januari 2012