Download Pdf Print
negatieve evolutie, legende opent in pop-up 

Slachtoffers bij hittegolven in België

Impact (gevolgen), legende opent in pop-up
De relatie tussen temperatuur en sterfte is U-vormig: de mortaliteit neemt toe bij temperaturen die ver boven of onder de optimale temperatuur liggen. Dat optimum is trouwens locatiespecifiek: de bevolking van Zuid-Europese landen is beter bestand tegen hoge temperaturen dan inwoners van onze regio. 

Hogere temperaturen bevorderen vooral de sterfte bij bejaarden, bij mensen met hart- en vaatziekten en ademhalingsproblemen, en bij kinderen jonger dan 4 jaar.

Deze indicator gaat na tot welke oversterfte hittegolven leiden in België. Een hittegolf is hierbij gedefinieerd als een periode van minstens vijf dagen waarin de maximale dagtemperatuur te Ukkel 25°C of meer bedraagt (zomerdagen), en waarin bovendien drie dagen lang de temperatuur er boven de 30°C stijgt (tropische dagen).

Figuren

Evolutie van het sterftecijfer bij personen van 65 jaar en ouder (links) en van de temperatuur (rechts) tijdens de zomer van 1994 (België)
Bron: MIRA op basis van gegevens Sartor et al. (1995)
$$_CijfersEnFiguurPdf_nl

Verloop

België geconfronteerd met hittedoden

De zomer van 2003 was waarschijnlijk de heetste sedert het jaar 1500. Niettegenstaande extreme weerfenomenen ook ‘toevallig’ kunnen gebeuren, speelt de menselijke invloed een grote rol. Onderzoek geeft aan dat menselijke activiteit het risico op een dergelijke hittegolf verdubbelt, dit met een zekerheid van minstens 90 %.

Europees onderzoek naar het aantal hittedoden in de zomer van 2003 geeft aan dat in de maanden juni tot september dat jaar in 12 Europese landen een verhoogde sterfte werd opgetekend. In totaal lag de sterfte in die 4 zomermaanden er gemiddeld 6,99 % boven dat van zomermaanden in de referentiejaren (1998-2002). In Frankrijk liep de extra sterfte in de tweede week van augustus zelfs op tot 96,5 %. In totaal bedroeg het aantal extra doden in die 4 zomermaanden 71 445. De extreme temperaturen verergerden ook de blootstelling aan andere schadelijke stoffen, zoals troposferisch ozon en fijn stof.

Sinds 1990 kende België 4 zomers met een langdurige hittegolf:

  • in de zomer van 1994 kostte een hittegolf op 6 weken tijd het leven aan 1 226 mensen (figuur). Naast de hoge temperaturen zorgden ook de bijkomende hoge ozonconcentraties voor slachtoffers;
  • in 2003 kende ons land een belangrijke hittegolf die 14 dagen aanhield, en een andere warme periode die 13 dagen aanhield. Voor deze periodes bedroeg de oversterfte 1 230 slachtoffers. Over de ganse zomer (maanden juni tot september) van 2003 bekeken, komt men zelfs uit op een oversterfte van 2 052. Ook de ozonconcentraties waren zeer hoog;
  • 2006 kende 2 hittegolven, respectievelijk 5 en 21 dagen lang, en één andere warme periode van 9 dagen. Samen zorgden deze 3 periodes voor een oversterfte van 1 263 doden. Bijna de helft van de slachtaffers was 85 jaar of ouder;
  • eind juni en in de eerste helft van juli 2010 volgden 2 hittegolven vlak na elkaar. De eerste hittegolf hield 12 dagen aan, en leidde tot een oversterfte van 593 doden. De tweede hittegolf hield 8 dagen aan, en zorgde voor 374 slachtoffers. In beide periodes lag de mortaliteit significant hoger dan het referentieniveau: respectievelijk +20 % en +19 %. Ruim 40 % van de slachtoffers was 85 of ouder.

2007, 2008 en 2009 kenden geen langdurige hitteperiodes, en er werd die jaren dan ook geen significante oversterfte in de zomermaanden geregistreerd.

De buitengewone sterfteratio tijdens hittegolven is het hoogst bij bejaarden en bij mensen die vooraf reeds ziek waren. In veel landen vindt vergrijzing van de bevolking plaats, waardoor het aantal mensen, die gevoelig zijn voor hittestress, toeneemt en klimaatverandering daarop dus een extra invloed heeft. Baby’s en jonge kinderen vormen mogelijk ook een risicogroep omdat hun temperatuurregulatie nog in ontwikkeling is en ook uitdroging kan optreden. Alhoewel verwacht kan worden dat een deel van de sterftes tijdens een hittegolf voorkomt voor bij gevoelige personen die anders in de daaropvolgende weken of maanden gestorven zouden zijn, gaf wetenschappelijk onderzoek daaromtrent geen aanwijzingen: ook na de zomermaanden van 2003 bleef de sterfteratio zelfs nog boven die van de referentieperiode.

Publieke bewustwording van de problematiek en de installatie van een opvolgingssysteem kunnen het aantal hittedoden sterk terugdringen. Dit blijkt duidelijk uit een vergelijking van de situatie in Frankrijk tijdens de zomer van 2003 en de daaropvolgende zomers.

Laatst bijgewerkt

September 2011

Contactpersoon bij MIRA

Johan  Brouwers