|
Download Pdf
|
Print
|
Totale emissie van broeikasgassen met opdeling tussen ETS en niet-ETS (CO2, CH4, N2O, SF6, HFK's, PFK's)
|
 |
De klimaatveranderingen die we de laatste 50 jaar waarnemen zijn met heel grote waarschijnlijkheid mede toe te schrijven aan menselijke activiteiten die de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer verhogen: voornamelijk het gebruik van fossiele brandstoffen en ontbossing. Die activiteiten gaan immers gepaard met een netto uitstoot van broeikasgassen in de atmosfeer. Deze indicator gaat na in hoeverre de totale broeikasgasemissies in Vlaanderen evolueren.
Stijging met 9 % in 2010 doorbreekt dalende trend broeikasgasuitstoot
De dalende trend in de emissie van broeikasgassen kon in 2010 niet verder gezet worden. In tegendeel, de emissies in 2010 zijn opvallend hoog en terug op een niveau vergelijkbaar met de jaarlijkse emissies in de periode voor 2006. In 2010 kwam de uitstoot van CO2, CH4, N2O en de fluorhoudende broeikasgassen (F-gassen: HFK’s, PFK’s en SF6) samen uit op 85,3 Mton CO2-eq.
Zeker in absolute cijfers is vooral de uitstoot van CO2 toegenomen. Die toename situeert zich zowel bij activiteiten die niet onder het Europees emissiehandelssysteem (ETS) vallen (de ‘niet-ETS sector’) als bij de activiteiten onder het ETS (de ‘ETS-sector’): ze zorgen voor respectievelijk 64,0 % en 29,1 % van de stijging tussen 2009 en 2010. De rest van de stijging was voor rekening van N2O (5,4 %) en CH4 (1,5 %).
De sectoren die het meest hebben bijgedragen aan de toename van de emissies tussen 2009 en 2010 zijn de industrie en de huishoudens. Beide sectoren vertonen een stijging met 18 % op 1 jaar, voornamelijk toe te schrijven aan een heropleving van de economie na de recessie van 2008-2009 en de zeer strenge winter in 2010.
De uitstoot van CO2 in de gehele tijdsreeks was het laagste in 1990, ondanks de beleidsinspanningen die gedaan werden. In 2010 kwamen de CO2-emissies bijna 11 % uit boven het niveau van 1990. Hoewel de energetische efficiëntie in verschillende sectoren sterk is toegenomen sinds 1990, zorgt de toegenomen activiteit ervoor dat de emissies hoog blijven. Het aandeel van energiegerelateerde emissies in de Vlaamse broeikasgasuitstoot is zelfs opgelopen van 77 % in 1990 naar 85 % in 2010. Het feit dat de totale broeikasgasuitstoot in 2010 toch 1 % onder de uitstoot van 1990 uit komt, is dan ook vooral het resultaat van belangrijke maatregelen inzake PFK’s en SF6 (installatie fluoriderecuperatie-eenheid in één chemisch bedrijf), N2O (ingebruikname katalysatoren in de chemische industrie; daling veestapel) en CH4 (valorisatie stortgas en beperking op storten van afval; daling veestapel).
Europese emissiehandel reguleert circa 40 % Vlaamse broeikasgasuitstoot
Sinds 2005 wordt het overgrote deel van de CO2-uitstoot in de sectoren industrie en energie gereguleerd via een systeem van Europese emissiehandel (het ETS). In de eerste handelsperiode van 2005-2007 viel gemiddeld 44 % van de CO2-emissies in Vlaanderen onder dit systeem. In de periode 2008-2010 nam dit toe tot 47 % door een uitbreiding van de activiteiten onder het ETS. Diezelfde activiteitsuitbreiding deed het ETS-aandeel in de totale broeikasgasuitstoot van Vlaanderen toenemen van gemiddeld 39 % in de eerste naar 42 % in de tweede handelsperiode.
Vanaf 2013 krijgen landen enkel nog doelstellingen voor niet-ETS fractie opgelegd
Met het Europese Energie- & Klimaatpakket beoogt de EU haar totale broeikasgasuitstoot met 20 % te verminderen in 2020 ten opzichte van 1990. Tegen 2050 streeft de EU zelfs naar een uitstootreductie met 80 à 95 %. In haar 'Roadmap naar een competitieve koolstofarme economie tegen 2050' van maart 2011 verkent de Europese Commissie het pad naar die doelstelling.
De doelstelling voor 2020 is verdeeld over de ETS-fractie (-21 % in periode 2005-2020) en de niet-ETS-fractie (-10 % in periode 2005-2020). Enkel de doelstelling voor niet-ETS is verder verdeeld over de verschillende lidstaten, afhankelijk van hun mogelijkheden. Voor België betekent dit een reductie met 15 % van de niet-ETS uitstoot in vergelijking met 2005.
Lidstaten krijgen van de EU emissierechten overeenkomstig de doelstelling die ze opgelegd kregen. Lidstaten die erin slagen hun emissies in een bepaald jaar verder terug te dringen dan de doelstelling, zullen emissierechten over hebben die ze kunnen opsparen voor later of verkopen aan andere lidstaten. Lidstaten die de doelstelling niet halen, kunnen hun tekort aanvullen met emissierechten van andere lidstaten of via de financiering van emissiereducerende projecten in het buitenland. De doelstelling van een lidstaat neemt jaarlijks af volgens een lineair traject. Voor België loopt dit traject van de gemiddelde niet-ETS emissie in de periode 2008-2010 in 2013 tot de reductiedoelstelling van -15 % in 2020. De reductiedoelstelling voor België is nog niet omgezet in specifieke reductiedoelstellingen per gewest. Daarom neemt de figuur bij deze indicator dit reductietraject slechts indicatief over voor Vlaanderen.
Zo’n traject laat lidstaten toe om de emissies gradueel te laten afnemen en houdt er ook rekening mee dat de impact van bepaalde maatregelen (bv. energiebesparende maatregelen in woningen) slechts langzaam tot emissiereductie leiden. Maar de tussentijdse doelstelling voor het jaar 2013 – die overeenstemt met de gemiddelde uitstoot in de jaren 2008-2010 – is ook bepalend voor de totale emissiereductie die gerealiseerd moet worden over de periode 2013-2020. Indien de doelstelling in 2013 relatief hoog is, moeten lidstaten in de aanvangsperiode niet veel bijkomende maatregelen nemen om te voldoen aan de doelstelling en kunnen ze mogelijk emissierechten opsparen die gebruikt kunnen worden in latere jaren. Wat dat betreft hebben de hogere emissies in 2010 in Vlaanderen (en België) een belangrijke impact op de doelstelling in 2013.
Kyoto-doelstelling
Naar aanleiding van het Kyoto-protocol kreeg Vlaanderen van Europa als doelstelling opgelegd om de jaargemiddelde broeikasgasuitstoot in de periode 2008-2012 met 5,2 % te reduceren ten opzichte van het referentiejaar (1990). Omdat de aftoetsing van het emissieverloop ten aanzien van die Kyoto-doelstelling met specifieke rekenregels* dient te gebeuren, zal MIRA hiervoor in het voorjaar van 2012 een aparte indicatorfiche uitwerken.
* Enkele emissiestromen dienen niet beschouwd te worden, en voor de sector transport worden emissies dan berekend op basis van statistieken voor brandstofverkopen i.p.v. op basis van gedetailleerde verkeerstellingen.
Laatst bijgewerkt
November 2011