Download Pdf Print
geen 

Toegewezen versus benodigde emissierechten voor bedrijven onder Europees Emissiehandelssysteem (ETS)

Response (beleidsrespons), legende opent in pop-up
Deze indicator volgt zowel per deelsector* als voor het geheel van Vlaanderen de verhouding op tussen de werkelijke emissies en de vooraf toegekende gratis emissierechten. 

De over-/onderallocatie van emissierechten wordt zowel weergegeven in absolute aantallen (kton emissies) als relatief ten opzichte van de geverifieerde emissies. Positieve getallen geven aan dat er meer gratis emissierechten werden verleend dan nodig. Indien het aantal gratis verkregen emissierechten niet voldoende was om alle geverifieerde emissies te compenseren, is het getal negatief.

* Omdat de databron voor deze indicator een andere indeling hanteert dan de MIRA Kernset Milieudata, werden (enkel) bij deze emissie-indicator enkele emissiestromen bij een andere (deel)sector ingedeeld dan gebruikelijk. Concreet vallen nu emissies van enkele WKK-installaties, van een naftakraker en van de inzet van hoogovengas voor stroomproductie onder de sector industrie in plaats van onder de sector energie.

Figuren

Overschotten & tekorten aan gratis emissierechten per (deel)sector: absolute aantallen (Vlaanderen, 2005-2010)
Bron: VITO voor MIRA op basis van Departement LNE

Cijfers en figuur in Excel.
Overschotten & tekorten aan gratis emissierechten per (deel)sector: procentueel (Vlaanderen, 2005-2010)
Bron: VITO voor MIRA op basis van Departement LNE

Cijfers en figuur in Excel.

Verloop

Lichte overallocatie emissierechten in Vlaanderen

De eerste figuur geeft de over-/onderallocatie weer in absolute aantallen emissierechten. De tweede figuur bevat de over-/onderallocatie in percentages, relatief ten opzichte van de geverifieerde, werkelijke emissies.

Onmiddelijk valt op dat de elektriciteitssector relatief weinig gratis emissierechten kreeg toegewezen, en dat alle andere deelsectoren meer emissierechten kregen toebedeeld dan ze werkelijk nodig hadden. De tekorten en overschotten compenseren elkaar grotendeels, en zorgen ervoor dat in Vlaanderen de gratis emissierechten net volstaan om alle ETS-emissies te compenseren. Voor de gehele periode 2005-2010 is er een overschot van 1,07 miljoen emissierechten. Dit wil zeggen dat jaarlijks gemiddeld 0,5% van het totale aantal gratis emissierechten teveel wordt gegeven.

Met deze overallocatie staat Vlaanderen niet alleen. In het gehele Europees Emissiehandelssysteem of ETS worden er teveel gratis emissierechten toegewezen. Deze overallocatie heeft uiteraard een belangrijk negatief effect op de prijs van de emissierechten. Op het einde van de eerste handelsperiode (in 2007) daalde die zelfs tot bijna 0 €. Ook in de tweede handelsperiode (2008-2012) kende de prijs van de emissierechten een kritisch verloop, met opvallende dalingen in de prijs in februari 2009 en eind 2011. Het feit dat er voldoende ETS-emissierechten zijn toegewezen voor Vlaamse installaties, wil echter niet zeggen dat er geen handel is in emissierechten en dat er geen gebruik wordt gemaakt van andere mechanismen, zoals die van het Clean Development Mechanism en de Joint Implementation. Emissierechten van deze mechanismen kunnen ook door bedrijven aangekocht en gebruikt worden en verhogen het totaal aantal emissierechten in het ETS. Hoewel daar in principe geen reden voor is, werd dit toch in beperkte mate gedaan door Vlaamse installaties.

Elektriciteitssector enige netto aankoper van emissierechten

De elektriciteitsproducenten kregen in alle jaren minder gratis emissierechten dan dat ze CO2 uitstoten. Dit was voornamelijk het geval in 2005 en in de tweede handelsperiode (vanaf 2008). De reden hiervoor zijn voornamelijk de Vlaamse allocatieregels voor steenkoolcentrales en klassieke gas- en dieselcentrales. In de eerste handelsperiode kregen die slechts een beperkt aantal gratis emissierechten en in de tweede handelsperiode geen gratis emissierechten meer. Om hun emissies te compenseren hebben deze installaties dus bijkomende emissierechten moeten kopen.

Elektriciteitsproducenten hebben deze bijkomende kost gedeeltelijk opgevangen door de elektriciteitsproductie in deze centrales te verminderen en door co-verbranding van biomassa. Tussen 2005 en 2010 namen de ETS-emissies van steenkool en klassieke centrales af van 8,2 tot 4,3 miljoen ton. Voor de andere elektriciteitscentrales namen de ETS-emissies toe in dezelfde periode, maar eerder beperkt, zodat de totale ETS-emissies voor elektriciteitsproductie duidelijk zijn afgenomen sinds 2005.

Andere deelsectoren boeken overschotten dankzij convenanten

Opvallend is dat vrijwel alle andere deelsectoren meer gratis emissierechten verkregen dan dat ze nodig hadden. De reden hiervoor is dat energie-intensieve bedrijven die toetraden tot het benchmarkconvenant, alle emissierechten die ze nodig hebben gratis krijgen. Indien bedrijven beter doen dan de doelstelling vooropgesteld in het benchmarkconvenant (top 10 % wat betreft laagste specifieke energieverbruik van vergelijkbare installaties), krijgen die bedrijven dus meer emissierechten dan ze nodig hebben. De resultaten van het Verificatiebureau Benchmarking Vlaanderen (VBBV) tonen inderdaad aan dat de bedrijven die toegetreden zijn tot het benchmarkingconvenant vaak al efficiënter waren dan de 10 % grens.

In sommige individuele gevallen leidt dit tot een zeer hoge overallocatie van gratis emissierechten, zowel in relatieve als absolute aantallen. Dit is bv. het geval in de deelsector 'hout' waar bedrijven in de tweede handelsperiode meer dan twee maal zoveel rechten verkregen dan ze tot nu toe nodig hebben. In absolute termen heeft het bedrijf Arcelor Mittal Gent, de belangrijkste ETS-installatie in Vlaanderen, het grootste overschot met 7,7 miljoen emissierechten over de gehele periode 2005-2010. Dit komt overeen met de situatie in de andere Europese landen, waar de ijzer- & staalindustrie vaak een groot overschot heeft aan gratis emissierechten. Niet toevallig is dit ook de sector die het meeste vreest dat de additionele kosten van het ETS de productie verder zou kunnen doen verschuiven naar lagelonenlanden.

Focus emissiehandelssysteem verschuift en verbreedt

Het ETS heeft sinds de start in 2005 al enkele belangrijke veranderingen ondergaan. Tijdens de eerste handelsperiode (2005-2007) bleek immers dat niet alle lidstaten de regels voor toetreding tot het ETS op dezelfde manier hadden geïnterpreteerd. Voor de aanvang van de tweede handelsperiode (2008-2012) werd dit door de Europese Commissie uitgeklaard. Hierdoor moesten ondermeer in Vlaanderen een aantal installaties toetreden, terwijl andere net niet meer onder het ETS vielen. Emissies van WKK-installaties verschoven bovendien van de sector energie naar de industriële deelsectoren van de exploitanten.

De verschillen tussen de 2 handelsperiodes vallen in Vlaanderen vooral op bij de deelsectoren elektriciteit, raffinaderijen, keramische industrie, aardgastransport & -distributie en hout. Zo valt de gehele deelsector aardgastransport & -distributie pas sinds de tweede handelsperiode onder het ETS. En ook bij de chemie viel een belangrijke verbreding van het ETS-toepassingsgebied te noteren: de krakerinstallaties vielen pas vanaf de tweede handelsperiode onder de ETS-bepalingen, wat bijna tot een verdubbeling leidde van de binnen het ETS te beschouwen emissies in de deelsector chemie.

De economische crisis in 2009 heeft vooral in de deelsectoren ijzer & staal en chemie voor duidelijke effecten gezorgd. De verminderde activiteit resulteerde in minder emissies, maar had geen invloed op het aantal gratis emissierechten dat werd verkregen waardoor er een piek ontstond in de overallocatie van rechten.

Voor de derde handelsperiode (2013-2020) staan er opnieuw belangrijke veranderingen voor de deur. Niet alleen zal de scope van het ETS nog verder uitbreiden (meer gassen en meer activiteiten, waaronder de internationale luchtvaart) maar ook de allocatieregels waarmee emissierechten worden verdeeld worden aangepast en geharmoniseerd. Het totaal aantal emissierechten zal gevoelig verminderden en zal jaarlijks nog verder afnemen (met 1,74 %), zodat in 2020 de ETS emissies slechts 79 % bedragen van die in 2005. Het aantal gratis emissierechten zal ook worden afgebouwd. Deelsectoren die niet gevoelig zijn voor internationale concurrentie (zoals elektriciteitsproducenten) krijgen geen gratis emissierechten meer. De andere deelsectoren krijgen aanvankelijk nog 80 % van de benodigde emissierechten gratis. Dit percentage zal echter afnamen tot 30 % in 2020. De emissierechten die niet gratis worden verdeeld, zullen op veilingen worden verhandeld aan de ETS-installaties.

Meer cijfers

.pdf Kernset Milieudata

Laatst bijgewerkt

November 2011

Contactpersoon bij MIRA

Johan  Brouwers

Woordenboek

Benchmarking
zoeken van de beste technologie door vergelijking met andere installaties én de afspraak om de eigen installatie te verbeteren om de beste technologie te evenaren.
Clean development mechanism (CDM)
samenwerkingsverband tussen een industrieland (donorland) en een land in ontwikkeling (gastland; zonder eigen Kyoto-doelstelling). Het donorland investeert daarbij in projecten voor emissievermindering in het gastland, in ruil voor emissiekredieten. Deze kredieten mag het donorland dan optellen bij zijn eigen emissiequotum.
Emissiehandel (ETS)
handel in overdraagbare rechten om een emissie (bv. 1 ton CO2-eq) uit te stoten. Twee soorten emissierechten zijn de 'Assigned Amounts Units' (AAU's), die toegekend worden aan landen, en de 'European Union Allowances' (EUA's), die toegekend worden aan bedrijven. Emissierechten worden op voorhand toegewezen, veelal door middel van 'cap and trade'-systemen die rechten toewijzen binnen een vooraf bepaald plafond.
Emissiekredieten
emissiereductie-eenheid die voortvloeit uit ‘clean development’(CDM)- en ‘joint implementation’(JI)-projecten. De projectgebonden mechanismen JI en CDM leveren respectievelijk ‘emission reduction units’ (ERU’s) en ‘certified emission reduction units‘ (CER’s) op. Deze eenheden kunnen door landen worden ingezet om te voldoen aan hun Kyoto-verplichtingen. Ook kunnen ze binnen bepaalde voorwaarden door Europese bedrijven worden ingezet in het kader van het Europees emissiehandelssysteem. De markt van emissiekredieten is namelijk verbonden met de markt van Europese emissierechten (EUA’s). Emissiekredieten worden toegekend na het realiseren van emissiereducties d.m.v. projecten die aan bepaalde voorwaarden voldoen, zonder dat vooraf het totaal aantal toe te kennen kredieten gekend is.
Emissierecht
Overdraagbaar recht om een emissie (bv. 1 ton CO2-eq) uit te stoten. Twee soorten emissierechten zijn de Assigned Amounts Units (AAU’s), die toegekend worden aan landen, en de European Union allowances (EUA’s), die toegekend worden aan bedrijven. Emissierechten worden op voorhand toegewezen, veelal door middel van ‘cap and trade’-systemen die rechten toewijzen binnen een vooraf bepaald plafond.
ETS
Europees emissiehandelssysteem
Flexibiliteitsmechanismen
groepering van (1) emissiehandel; (2) 'joint implementation' of JI, het verdienen van emissiekredieten door het uitvoeren van emissiereducerende maatregelen in een ander industrieland; en (3) 'clean development mechanism' of CDM, het verdienen van emissiekredieten door het uitvoeren van emissiereducerende maatregelen in een niet-industrieland.
Joint implementation
samenwerkingsverband tussen twee industrielanden. Het donorland investeert daarbij in projecten voor emissievermindering in het gastland, in ruil voor emissiekredieten. Deze kredieten mag het donorland dan optellen bij zijn eigen emissiequotum.
WKK
warmtekrachtkoppeling