Klimaatverandering

Wat is klimaatverandering?

Klimaatverandering is een rechtstreeks gevolg van de oplopende concentraties aan broeikasgassen in onze atmosfeer. Die gassen laten de invallende zonnestralen door, maar houden de door de aarde teruggekaatste warmte tegen. Dit fenomeen is bekend als het broeikaseffect. Koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4) en lachgas (N2O) zijn enkele belangrijke broeikasgassen.

Sinds het begin van het industriële tijdperk (1750) is de concentratie van broeikasgassen in onze atmosfeer sterk toegenomen. Er zijn steeds meer bewijzen dat de temperatuurstijging die we de laatste vijftig jaar waarnemen, grotendeels toe te schrijven is aan menselijke activiteiten (bv. gebruik van fossiele brandstoffen en ontbossing).

De oplopende broeikasgasconcentraties leiden tot een globale klimaatverandering met nog deze eeuw:

  • een verhoging van de gemiddelde temperatuur op wereldschaal met 1,1 tot 6,4 °C;
  • een toe- of afname van de neerslaghoeveelheden naargelang de regio;
  • een stijging van het zeeniveau met 18 tot 59 cm.

Overstromingen, droogtes en verspreiding van ziektes (bv. malaria) zijn enkele van de te verwachten gevolgen. 

Voor het meest recente overzicht van de uitstoot aan broeikasgassen en een actueel beeld van de bijhorende gevolgen kan u terecht in de indicatorfiches aan de linkerzijde op deze webpagina.

In de Themabeschrijving Klimaatverandering vindt u meer informatie over het hoe en waarom van klimaatverandering. Daarnaast behandelt dit document in drie afzonderlijke bijlagen ook volgende capita selecta:

  • opname (sink) en emissie (source) van broeikasgassen ten gevolge van landbedekking en landgebruik;
  • mogelijkheden en beperkingen van carbon capturing and storage of CCS;
  • de gevolgen van klimaatverandering voor de economie.

Scenario's tot 2030 en tot 2100

Om zicht te krijgen op de mogelijke evoluties in de komende decennia heeft MIRA eind 2009 de Milieuverkenning 2030 gepubliceerd. Daarin zijn verschillende scenario's uitgewerkt voor de broeikasgasemissies in Vlaanderen tot 2030, en ook voor de mogelijke klimaatverandering in Vlaanderen tot 2100. Ook de invloed van klimaatverandering op de waterhuishouding (overstromingen, droogtes, ...) komt daarbij aan bod.

Onderzoeksrapport

Onderzoeksrapport 'Regionalisatie van Belgisch TIMES model ter uitvoering van langetermijnverkenningen voor energie en broeikasgasemissies in Vlaanderen' (2012) (pdf, 1,54 MB)

Achtergronddocument Klimaatverandering (2008) (pdf, 4,1 MB)

Onderzoeksrapport 'Klaar voor wat komt? Over de invoering van klimaatadaptatiebeleid in Vlaanderen' (2011) (pdf, 3,72 MB)

Onderzoeksrapport 'Impact op mens en economie t.g.v. overstromingen bekeken in het licht van wijzigende hydraulische condities, omgevingsfactoren en klimatologische omstandigheden' (2006) (pdf, 3,89 MB)

Onderzoeksrapport 'Analyse energiegegevens en CO2-emissies onder het Europese Emissiehandelsysteem (ETS) in vergelijking met totaal energieverbruik en CO2-emissies in Vlaanderen' (2010) (pdf, 890 KB)

Hoofdstuk in focusrapport

Klimaatverandering - Hoogtij(d) in klimaatbeleid (2006) (pdf, 1,13 MB)

Energie - Zoektocht naar milieuvriendelijke energievormen (2005) (pdf, 0,5 MB)

Verbanden

In Vlaanderen is meer dan 84 % van de broeikasgasemissies een rechtstreeks gevolg van energiegebruik en -productie. De link tussen energie en de broeikasgasproblematiek wordt ook behandeld in het sectorhoofdstuk Energie.

Stoffen die een invloed hebben op het broeikaseffect spelen vaak ook een rol in andere milieuthema’s. Sommige broeikasgassen, nl. CFK’s en HCFK’s, zijn ook verantwoordelijk voor de afbraak van de ozonlaag (Aantasting van de ozonlaag). Verzurende stofdeeltjes (Verspreiding van zwevend stof en Verzuring) beïnvloeden de reflectie-eigenschappen van wolken en hebben meestal een afkoelend effect op het klimaat. Het verband met het thema Fotochemische luchtverontreiniging is zowel rechtstreeks als onrechtstreeks. Rechtstreeks, omdat ozon een broeikasgas is met steeds toenemende achtergrondconcentraties. Onrechtstreeks, vanwege het hydroxylradicaal (een tussenproduct in de ozonvorming) dat de levensduur en dus het effect van broeikasgassen zoals CH4 , HCFK’s en HFK’s inkort. Landbemesting, verteringsprocessen bij herkauwers en mestverwerking zijn belangrijke bronnen van de broeikasgassen CH4 en N2O (thema Vermesting). Afvalverwerking leidt tot emissies van CO2 en CH4.