Download Pdf Print
geen 

Nucleair terrorisme

Impact (gevolgen), legende opent in pop-up

Onder nucleair terrorisme verstaan we een aanslag met een vliegtuig op een kerncentrale, sabotage van een kerncentrale en het ontploffen van een bom waarin radioactief materiaal vermengd is met conventionele springstof (vuile bom). Deze indicatorfiche geeft een beschrijving van de risico's i.v.m. nucleair terrorisme.

Verloop

De Belgische kerncentrales behoren bij de best beveiligde gebouwen tegen natuurrampen en zijn bestand tegen de crash van een klein vliegtuig. Ze zijn evenwel niet berekend op een terreuraanslag met een groot volgetankt burgervliegtuig. Toch is een aanslag met een vliegtuig onwaarschijnlijk. Een kerncentrale is immers geen gemakkelijk doelwit voor een vliegtuig op hoge snelheid. Ze is niet hoog en men moet het reactorgebouw zoeken tussen de gebouwen er omheen. Het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) acht sabotage waarschijnlijker dan een aanslag met een vliegtuig. Terroristen kunnen een kerncentrale binnendringen en er de installaties saboteren.

Het IAEA waarschuwt ook voor de honderden gevallen van illegale handel in nucleair materiaal of radioactieve bronnen voor medisch of industrieel gebruik die de laatste tien jaar wereldwijd werden ontdekt. In een klein aantal gevallen was er sprake van beperkte hoeveelheden verrijkt uranium of plutonium, het nucleair materiaal dat nodig is om een atoombom te maken. Met radioactieve bronnen kan men wel een zogenaamde ’vuile bom’ maken. Dat is een bom waarin radioactieve stoffen vermengd zijn met conventionele springstof. De ontploffing verspreidt de radioactieve stoffen met een inhalatie- en besmettingsrisico tot gevolg en creëert lokaal een zone met mogelijke sterke uitwendige stralingsvelden. De onzekerheid en sociale ontreddering in de eerste verwarrende uren na een aanslag bepalen in belangrijke mate de weerslag ervan op de gehele maatschappij, met veelal aanzienlijke economische gevolgen. Onderzoek toont aan dat een aanslag met verspreiding van radioactief materiaal een grotere maatschappelijke impact heeft dan een vergelijkbare aanslag met chemische wapens.

In 2006 werd de controle op hoogactieve ingekapselde bronnen en weesbronnen in België gevoelig verscherpt door de omzetting van de Europese richtlijn 2003/122/Euratom in Belgische reglementering. Elke hoogactieve ingekapselde bron krijgt een uniek identificatienummer en een levensloopfiche, waarvan een kopie bijgehouden wordt door het FANC.

De Verenigde Staten hebben een project opgezet (Megaports) om het internationale containervervoer per schip te controleren op radioactief materiaal. Dit gebeurt door het installeren van detectiesystemen in de grootste toevoerhavens van container voor de VS. Voor havens die niet meestappen in dit project, zou hun rol als toevoerhaven voor de VS bemoeilijkt worden. Op 24 november 2004 ondertekende de Belgische minister van Financiën een overeenkomst met de Amerikaanse overheid om ook in België deze controles uit te voeren. De controles zijn gestart in de loop van 2007 in Antwerpen. In een latere fase volgen de havens van Zeebrugge en Gent.

Meer info

Laatst bijgewerkt

December 2007

Contactpersoon bij MIRA

Johan  Brouwers