Transgene gewassen zijn genetische gemodificeerde landbouwgewassen. Mondiaal worden GGO's (genetisch gemodificeerde organismen) in de landbouw vooral ingezet wegens hun nieuwe eigenschappen zoals herbiciden- en insectenresistentie met als doel de landbouwproductie efficiënter te laten verlopen.
Wereldwijde opmars
Sedert de commerciële introductie in 1996, neemt de teelt van transgene gewassen (genetische gemodificeerde landbouwgewassen) elk jaar toe. In 2009 schatte het ISAAA het wereldareaal transgene gewassen op 134 miljoen hectare. Op 52 % van dit areaal werden transgene sojabonen gekweekt, gevolgd door maïs (31 %) en katoen (12 %).
Parallel met het areaal, steeg het aantal landen dat transgene gewassen teelde van 6 in 1996 tot 25 landen in 2009. Op 62 % van het areaal transgene teelten worden herbicide resistente gewassen ingezet. Insecten resistente gewassen werden op 15 % van het transgene areaal ingezet. 21 % van het areaal werd ingenomen door gewassen die meerdere transgene eigenschappen combineren. In Europa werd in 2009 in Spanje, Tsjechië, Portugal, Roemenië, Polen en Slovakije transgene maïs geteeld, in totaal voor 95 000 ha. Vlaamse landbouwers telen nog geen transgene gewassen. De co-existentie met de GGO-vrije landbouw, zoals biologische landbouw, vereist bijzondere maatregelen.
Keuzevrijheid gegarandeerd?
Voedingswaren en dierenvoeder in de Vlaamse handel kunnen wel GGO’s bevatten, afkomstig uit een van de landen met transgene gewassen. Onbedoelde vermenging of sporen van transgene gewassen mogen per ingrediënt niet meer dan 0,9 % bedragen voor toegestane transgene organismen. Als de drempelwaarde van 0,9 % wordt overschreden, dient het product een etiket met vermelding van GGO-houdend te dragen om de keuzevrijheid van de consument te waarborgen.
Laatst bijgewerkt
April 2010