Ozonoverlast voor de gezondheid gemiddeld in 2010
In de EU-modelberekeningen die aan de grondslag lagen van zowel de Richtlijn Nationale Emissiemaxima als de ozonrichtlijn, werd als doel voor 2010 een maximale jaaroverlast van 5 800 (µg/m³).uren vooropgesteld. In de Europese Richtlijn Luchtkwaliteit is deze doelstelling niet opgenomen. De langetermijndoelstelling bedraagt 0 (µg/m³).uren.
Het verloop van de jaaroverlast schommelt en volgt grotendeels de jaarlijkse variatie in zonnestraling en temperatuur. Om bij de evaluatie van de indicator te kunnen rekening houden met de meteorologische omstandigheden wordt ook het aantal uurgraden met temperaturen hoger dan 25°C gegeven, als maat voor de kwaliteit van de zomer. Het aantal uurgraden is de som van het overschot van de temperaturen boven 25 °C in de zomer (juni-augustus). In 2010 was de ozonoverlast voor de gezondheid gemiddeld over Vlaanderen 2 418 (µg/m³).uren, wat vrij gematigd is in verhouding tot het aantal uurgraden (496). 2010 was bijgevolg een gemiddeld jaar voor wat betreft de ozonoverlast voor de bevolking.
De kaart toont de spreiding over Vlaanderen van de ozonoverlast voor de gezondheid in 2010. De grootste ozonoverlast werd vastgesteld in Limburg (gemiddeld 3 620 (µg/m³).uren). Dan volgen Antwerpen (gemiddeld 2 863 (µg/m³).uren) en Vlaams Brabant (gemiddeld 2 827 (µg/m³).uren). In Oost-Vlaanderen (gemiddeld 2 065 (µg/m³).uren) en in West-Vlaanderen (gemiddeld 1 154 (µg/m³).uren) was de overlast het laagst. De hogere overlast in het noordoostelijk gedeelte van Vlaanderen heeft te maken met de hogere temperaturen en het ontbreken van atmosferische verdunningsprocessen zoals bv. een land- en zeebries aan de kust.
De doelstelling van 5 800 (µg/m³).uren voor 2010 werd overal in Vlaanderen gerespecteerd.
Toch zullen de emissies van de ozonprecursoren NMVOS en vooral NOx in de Europese landen verder moeten dalen om het ozonprobleem duurzaam op te lossen en ook de langetermijndoelstelling te halen.
Laatst bijgewerkt
December 2011