Download Pdf Print
onduidelijke evolutie, legende opent in pop-up 

Seizoensoverlast van troposferisch ozon voor gewassen (AOT40ppb-vegetatie)

State (milieukwaliteit), legende opent in pop-up

Natuurlijke ecosystemen, akkergewassen en semi-natuurlijke vegetatie kunnen ook schade ondervinden door blootstelling aan ozon. Bij gewassen leidt dit tot opbrengstvermindering. Voor de bescherming van de ecosystemen werd destijds in de ozonrichtlijn de parameter 'AOT40ppb' ingevoerd. Voor gewassen en semi-natuurlijke vegetatie wordt met deze parameter een toestandsindicator gedefinieerd, de seizoensoverlast. Deze indicator geeft het overschot boven 80 µg/m³ van alle ozonuurwaarden tussen 8 en 20 uur (Midden-Europese tijd) opgeteld tijdens de maanden mei, juni en juli. De Europese streefwaarde voor 2010 is 18 000 (µg/m³).uren en de langetermijndoelstelling 6 000 (µg/m³).uren. Beide doelstellingen zijn opgenomen in het MINA-plan 3+ (2008-2010) en in de Europese Richtlijn Luchtkwaliteit (2008/50/EG).

Figuren

Seizoensoverlast voor akkergewassen en semi-natuurlijke vegetatie (AOT40ppb-vegetatie) (Vlaanderen, 1990-2010)
Bron: IRCEL, intergewestelijke databank lucht

Cijfers en figuur in Excel.
Ruimtelijke spreiding van de seizoensoverlast voor akkergewassen en semi-natuurlijke vegetatie (AOT40ppb-vegetatie) (Vlaanderen, mei-juli 2010)
Bron: IRCEL, intergewestelijke databank lucht

Verloop

Zomer van 2010 was gematigd voor de vegetatie

Gemiddeld in Vlaanderen werd de doelstelling voor 2010 nooit overschreden behalve in het meteorologisch ongunstige jaar 2006. Dit maakt dat ook het 5-jaargemiddelde van de seizoensoverlast steeds ruim onder de doelstelling voor 2010 blijft. De langetermijndoelstelling daarentegen werd in 2010 nog overschreden op 91,1 % van de Vlaamse akkergronden en gronden met semi-natuurlijke vegetatie. Om de langetermijndoelstelling bij variërende meteorologische omstandigheden te bereiken zullen de emissies van ozonprecursoren in alle Europese landen verder moeten dalen.

De kaart toont de spreiding over Vlaanderen van de ozonoverlast voor de vegetatie in 2010. De grootste, ozonoverlast werd vastgesteld in Limburg (gemiddeld 15 216 (µg/m³).uren). Dan volgen Antwerpen (gemiddeld 12 212 (µg/m³).uren), Vlaams-Brabant (gemiddeld 12 175 (µg/m³).uren) en Oost-Vlaanderen (gemiddeld 9 715 (µg/m³).uren). In West-Vlaanderen (gemiddeld 6 471 (µg/m³).uren) was de overlast voor de gewassen het laagst.

Om de langetermijndoelstelling bij variërende meteorologische omstandigheden te bereiken zullen de emissies van ozonprecursoren NMVOS en vooral NOx in alle Europese landen verder moeten dalen.

Meer info

Laatst bijgewerkt

December 2011

Contactpersoon bij MIRA

Line   Vancraeynest

Woordenboek

AOT40ppb-vegetatie
overschot boven 80 µg/m³ van alle uurwaarden van de ozonconcentraties tussen 8 en 20 uur (Midden-Europese tijd) opgeteld tijdens de maanden mei, juni en juli.