Gematigde seizoensoverlast voor bossen in 2010
Voor de bescherming van de bossen stelt de Europese Richtlijn Luchtkwaliteit (2008/50/EG) geen middellangetermijn- noch langetermijndoelstelling vast zoals voor de bescherming van gewassen. In de voorafgaande ozonrichtlijn (2002/3/EG) werd wel een AOT40ppb-waarde van 20 000 (µg/m³).uren als referentiewaarde vooropgesteld. Dit betekende dat overschrijdingen van die waarde dienden gemeld te worden aan de Europese Commissie en aan de bevolking. Ondanks dat die referentiewaarde niet weerhouden werd in de Europese Richtlijn Luchtkwaliteit, is het nog een frequent gebruikte waarde om de indicator voor de bescherming van de bossen aan te toetsen. In de laatste Mapping Manual van het UNECE werd ook een kritische waarde van 10 000 (µg/m³).uren vooropgesteld. Dit is een niveau waarboven directe ongunstige effecten kunnen worden vastgesteld.
In 2010 lag de gemiddelde overlast voor de bossen met een waarde van 14 724 (µg/m³).uren onder de Europese referentiewaarde, maar wel boven het geactualiseerde kritische niveau. Enkel in meteorologisch ongunstige ozonjaren zoals 2003 en 2006 vertoonde de seizoensoverlast voor bossen grote pieken die de referentiewaarde overschrijden. De hoge waarden voor de seizoensoverlast voor bossen in de meteorologisch ongunstige jaren 2003 en 2006 hebben een belangrijke invloed op de 5-jaargemiddelden. Het glijdend 5-jaargemiddelde van de seizoensoverlast voor de bossen ligt sinds 2003 opmerkelijk hoger dan voordien. Dankzij de 3 gunstige ozonjaren 2007, 2008 en 2009 is het 5-jaargemiddelde terug wat gedaald, al weegt de invloed van de hoge waarde uit 2006 nog steeds door. 2010 was een gematigd jaar voor wat betreft de seizoensoverlast voor bossen.
Om het ozonprobleem duurzaam op te lossen en bijgevolg ook bij variërende meteorologische omstandigheden de referentiewaarde maar ook het kritische niveau niet te overschrijden, zullen de emissies van ozonprecursoren in de verschillende Europese landen verder moeten dalen.
Laatst bijgewerkt
Januari 2012