De figuur toont voor elk jaar de gezondheidsimpact (blauwe lijn, linkerschaal) en het aantal uurgraden met temperaturen hoger dan 25 °C (te Ukkel volgens KMI) als maat voor de kwaliteit van de zomer (rode lijn, rechterschaal). De gearceerde balkjes geven per jaar de gezondheidsimpact per uurgraad weer en zijn genormaliseerd op 600.
Het verloop van de gezondheidsimpactindicator hangt per definitie nauw samen met het verloop van het aantal overschrijdingsdagen (NET60) en de jaaroverlastindicator (AOT60).
De gezondheidsimpactindicator genormaliseerd per uurgraad vertoont geen duidelijke trend . Wel is de genormaliseerde gezondheidsimpact vanaf 1994 beduidend lager dan in de jaren 1990,1992 en 1993. De genormaliseerde gezondheidsimpact per uurgraad, gemiddeld over 1990-1999 bedroeg 1,7 (miljoen inwoners x dagen x % FEV1-daling/uurgraad). Dit gemiddelde is over de laatste 10 jaar (2001-2010) gedaald tot 1,1. In 2010 werd met een waarde van 0,7 de op één na laagste gezondheidsimpact waargenomen van de afgelopen 21 jaar. Dus ondanks het aantal uurgraden was de gezondheidsimpact gering.
De hier beschouwde gezondheidsimpact houdt rekening met een drempelwaarde. De WGO wijst er echter op dat op langere termijn geen veilige drempelwaarden meer kunnen worden vooropgesteld voor de blootstelling aan ozon. Gezondheidsindicatoren die geen drempelwaarde voor ozon beschouwen, zoals bijvoorbeeld de jaargemiddelde indicator, laten een geleidelijke toename van het effect zien. Omdat de conclusies over de trend van de impact van ozon op de gezondheid uiteenlopend kunnen zijn, wordt de evolutie ervan als neutraal geëvalueerd.
Laatst bijgewerkt
Januari 2012