|
Download Pdf
|
Print
|
Akkergronden met verminderde graanopbrengst door ozonblootstelling
|
 |
Blootstelling aan ozon kan leiden tot opbrengstvermindering bij gecultiveerde gewassen. Om de impact van ozon op de gewassen in te schatten werd een indicator opgesteld die het percentage geeft van de akkergronden met (mogelijke) verminderde opbrengst van zomertarwe (en bij uitbreiding deze van graangewassen) in Vlaanderen. Deze indicator is afgeleid van de seizoensoverlast voor vegetatie (AOT40ppb-veg), namelijk het gesommeerd overschot boven 80 µg/m³ van de uren tussen 8 en 20u MET tijdens het groeiseizoen (mei-juli). Een overschrijding van de kritische AOT40 grenswaarde van 6 000 (µg/m³).uren houdt in dat er risico bestaat op een potentiële opbrengstvermindering van 5 % of meer.
Verlies van graanopbrengst op praktisch alle Vlaamse akkergronden in 2010
Voor de berekening van het percentage akkergronden waar opbrengstvermindering van graangewassen optreedt, is de AOT40ppb berekend met wegingsfactoren die de schommelingen in ozongevoeligheid in rekening brengt tijdens de verschillende groeifasen van de plant. De gebruikte wegingsfactoren zijn deze die voor tarwe in West- en Noordwest-Europa worden voorgesteld door Soja (Soja, 2000).
In 2010 was er op 96 % van de Vlaamse akkergronden een significant verlies van de graanopbrengst van zomertarwe door blootstelling aan ozon. Voor de meeste jaren sinds 1990 hadden praktisch alle Vlaamse akkergronden (90 % of meer) een opbrengstvermindering van de zomertarwe. Enkel 2007 komt naar voor als een uitzonderlijk goed jaar waarin slechts 1% van de Vlaamse akkergrond een opbrengstvermindering kende. Voor 2009 was dit iets minder dan de helft van de akkergronden (47 %). In 2005 en 2006 kwam alle akkergrond in aanmerking voor verminderde opbrengst (100 %). Dit ligt voornamelijk aan het feit dat de hoge ozonwaarden zich hebben voorgedaan in juli, dit wil zeggen tijdens het groeiseizoen (mei, juni, juli). In 2006 was de overlast voor de vegetatie echter veel groter dan in 2005 (zie indicator AOT40ppb-vegetatie). Het percentage van de akkergronden waar opbrengstverlies wordt geleden zegt dus niet alles over de impact van ozon op dit ecosysteem.
De AOT40 is in de Europese wetgeving opgenomen als indicator ter bescherming van de vegetatie. Het gesommeerde overschot boven een welbepaalde concentratie geeft echter niet altijd de correcte impact van ozon op de vegetatie weer. Planten die blootgesteld worden aan de hoogste ozonconcentraties lopen daarom niet noodzakelijk de hoogste schade op. Het risico op effecten van ozon op vegetatie is afhankelijk van de werkelijke ozonopname en het defensiemechanisme van de plant. Ozonopname door de huidmondjes van de plant wordt beïnvloed door verschillende parameters zoals vochtigheid, temperatuur, bodemtoestand …Om die reden is op Europees vlak een nieuwe indicator in ontwikkeling op basis van de ozonfluxbenadering.
Laatst bijgewerkt
Januari 2012