Download Pdf Print
onduidelijke evolutie, legende opent in pop-up 

Emissie van ozonprecursoren

Pressure (milieudruk), legende opent in pop-up, legende opent in pop-up

Ozon geldt als representatieve stof voor de fotochemische luchtverontreiniging. Het heeft een sterk oxiderende werking en is schadelijk voor mensen, planten en materialen. Ozon ontstaat onder invloed van zonlicht op warme dagen in aanwezigheid van de zogenaamde ozonprecursoren: stikstofoxiden (NOx), niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOS) en in geringere mate CO en CH4. De verschillende ozonprecursoren hebben een verschillend aandeel in de troposferische ozonvorming, daarom wordt de som uitgedrukt in TOFP-eenheden. In die som worden de emissies van NOx eerst met 1,22 vermenigvuldigd en de som wordt uitgedrukt in NMVOS-eenheden. Er is echter geen lineair verband tussen tussen de hoeveelheid geëmitteerde precursoren en de ozonvorming. In sommige omstandigheden is de relatie zelfs omgekeerd evenredig (bijvoorbeeld het weekendeffect). Wel is het zo dat een globale emissieverlaging nodig is om de ozonconcentratie duurzaam te doen dalen.

 

 

Figuren

Emissie van ozonprecursoren NOx en NMVOS (Vlaanderen, 1990, 1995, 2000-2010)
Bron: VMM

Cijfers en figuur in Excel.
Aandeel van de doelgroepen in de emissie van de ozonprecursor NOx (Vlaanderen, 2010)
Bron: VMM

Cijfers en figuur in Excel.
Aandeel van de doelgroepen in de emissie van de ozonprecursor NMVOS (Vlaanderen, 2010)
Bron: VMM

Cijfers en figuur in Excel.

Verloop

NOx-emissie blijft knelpunt

Van 1990 tot 2010 daalde de emissie van ozonprecursoren constant (- 52 %).Tussen 2000 en 2010 nam de emissie van ozonprecursoren af met 33 %. De NMVOS-emissie daalde in deze periode sterker (-43 %) dan de NOx-emissie (-28 %).

Tussen 2000 en 2010 nam de emissie van ozonprecursoren af met 33 %. De NMVOS-emissiedoelstellingen voor 2010 van het MINA-plan 3+ (2008-2010) werd vanaf 2005 gerespecteerd. De industrie had in 2010 het grootste aandeel (44 %) in de NMVOS-emissie, gevolgd door de huishoudens (18 %).

Knelpunt blijft de te hoge NOx-emissie. Tussen 2009 en 2010 steeg de NOx-emissie met 8 %, dit betekent bijna een terugkeer naar het emissieniveau van 2008. In 2010 bedroeg de NOx-emissie 144 kton. Het NEM-plafond voor 2010 werd met 45 kton overschreden. Om de MINA-plan 4 doelstelling te bereiken tegen 2015 is een emissiedaling van 33 kton vereist.

Transport is in 2010 verantwoordelijk voor 52 % van de NOx-emissie. Eén van de redenen voor de stijging van de NOx-emissie van het wegverkeer tussen 2009 en 2010 is een aanpassing van de berekeningswijze, met een groter aandeel zwaar vrachtvervoer tot gevolg. Daarnaast speelt de verdieselijking van het wagenpark een belangrijke rol. De belangrijkste acties die Vlaanderen zal nemen om de emissies te verminderen zijn de vergroening van de verkeersbelastingen en van de logistieke sector.

De industrie heeft een aandeel van 18 % in de NOx-emissie, de bijdrage van de landbouw is 13 %. Tussen 2009 en 2010 steeg de NOx-emissie van deze sectoren met respectievelijk 15 % en 5 %.

Meer info

Meer cijfers

.pdf Kernset Milieudata

Laatst bijgewerkt

December 2011

Contactpersoon bij MIRA

Line   Vancraeynest

Woordenboek

NEM-richtlijn
Europese Richtlijn Nationale Emissiemaxima (2001/81/EG) met als doel de luchtemissies van verzurende, vermestende en ozonvormende stoffen te beperken. In die richtlijn worden aan de EU-15 lidstaten maximale emissieplafonds opgelegd voor de 4 gasvormige polluenten SO2, NOx, NMVOS en NH3.
Ozonprecursor
voorloperstof, stof waaruit ozon ontstaat door inwerking van zonlicht. Stikstofoxiden en niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOS) zijn de belangrijkste ozonprecursoren.
Verdieselijking
toename van het aandeel dieselwagens in de vloot van personenwagens.