NOx-emissie blijft knelpunt
Van 1990 tot 2010 daalde de emissie van ozonprecursoren constant (- 52 %).Tussen 2000 en 2010 nam de emissie van ozonprecursoren af met 33 %. De NMVOS-emissie daalde in deze periode sterker (-43 %) dan de NOx-emissie (-28 %).
Tussen 2000 en 2010 nam de emissie van ozonprecursoren af met 33 %. De NMVOS-emissiedoelstellingen voor 2010 van het MINA-plan 3+ (2008-2010) werd vanaf 2005 gerespecteerd. De industrie had in 2010 het grootste aandeel (44 %) in de NMVOS-emissie, gevolgd door de huishoudens (18 %).
Knelpunt blijft de te hoge NOx-emissie. Tussen 2009 en 2010 steeg de NOx-emissie met 8 %, dit betekent bijna een terugkeer naar het emissieniveau van 2008. In 2010 bedroeg de NOx-emissie 144 kton. Het NEM-plafond voor 2010 werd met 45 kton overschreden. Om de MINA-plan 4 doelstelling te bereiken tegen 2015 is een emissiedaling van 33 kton vereist.
Transport is in 2010 verantwoordelijk voor 52 % van de NOx-emissie. Eén van de redenen voor de stijging van de NOx-emissie van het wegverkeer tussen 2009 en 2010 is een aanpassing van de berekeningswijze, met een groter aandeel zwaar vrachtvervoer tot gevolg. Daarnaast speelt de verdieselijking van het wagenpark een belangrijke rol. De belangrijkste acties die Vlaanderen zal nemen om de emissies te verminderen zijn de vergroening van de verkeersbelastingen en van de logistieke sector.
De industrie heeft een aandeel van 18 % in de NOx-emissie, de bijdrage van de landbouw is 13 %. Tussen 2009 en 2010 steeg de NOx-emissie van deze sectoren met respectievelijk 15 % en 5 %.
Laatst bijgewerkt
December 2011