Download Pdf Print
positieve evolutie, legende opent in pop-up 

Onderzochte risicogronden

Response (beleidsrespons), legende opent in pop-up

De bodem in Vlaanderen wordt door allerlei menselijke invloeden verontreinigd met milieugevaarlijke stoffen zoals zware metalen, persistente organische stoffen en bestrijdingsmiddelen. Bodemverontreiniging kan optreden bij grote industriële activiteiten maar ook bij kleinschalige activiteiten zoals stookolietanks voor de verwarming van een gezinswoning. Sommige bodemverontreinigingen zijn ontstaan ten gevolge van morsen of lekken van producten die nodig zijn in een productieproces (bv. PER-verontreiniging bij droogkuisen). Andere verontreinigingen kunnen uit meerdere stoffen bestaan omdat door de vervuilende activiteit meerdere stoffen zijn vrijgekomen in het milieu (bv. storten).

Deze indicator volgt het aantal onderzochte en verontreinigde gronden op in Vlaanderen.

Figuren

Aantal onderzochte risicogronden (Vlaanderen, 1997-2010)
Bron: OVAM

Cijfers en figuur in Excel.

Verloop

Ruim een derde van Vlaamse risicogronden onderzocht

Er zijn in Vlaanderen naar schatting 85 000 risicogronden. Dit zijn gronden waar activiteiten werden of worden uitgevoerd die mogelijk bodemverontreiniging kunnen veroorzaken. Voor die gronden moet een oriënterend bodemonderzoek (OBO) uitwijzen of ze al dan niet verontreinigd zijn. Het oriënterend bodemonderzoek (OBO) houdt een beperkt historisch onderzoek en een beperkte monsterneming in. Eind 2010 heeft de OVAM van 30 657 van deze gronden (36 %) oriënterende bodemonderzoeken (OBO) verwerkt. Hiermee werd de doelstelling voor 2010 van het MINA-plan 3+ (2008-2010) van 28 000 onderzochte gronden bereikt.

Voor 19 155 van de 30 657 onderzochte gronden (62 %) waren geen verdere maatregelen noodzakelijk. Voor de overige 11 502 onderzochte gronden moet een beschrijvend bodemonderzoek (BBO) uitgevoerd worden. Een BBO onderzoekt de omvang en de risico’s van de bodemverontreiniging en bepaalt de saneringsnoodzaak. 

Sanering noodzakelijk voor ongeveer 15 % van onderzochte gronden

Voor 8 815 gronden werd eind 2010 reeds een BBO uitgevoerd. Voor 4 114 gronden waren geen verdere maatregelen nodig. Dit betekent dat 4 701 gronden te saneren zijn en er een bodemsaneringsproject (BSP) dient opgemaakt. Globaal gezien dient in 15 % van de onderzochte gronden effectief overgegaan te worden tot sanering.

Laatst bijgewerkt

Januari 2012

Contactpersoon bij MIRA

Stijn  Overloop

Woordenboek

Bodemsanering
behandelen van bodemverontreiniging door het opstellen en uitvoeren van een beschrijvend bodemonderzoek, indien nodig gevolgd door het opstellen van een bodemsaneringsproject, het uitvoeren van bodemsaneringswerken en het eventueel verzekeren van nazorg.
Bodemsaneringsproject (BSP)
studie waarin wordt vastgelegd op welke wijze de bodemsanering zal worden uitgevoerd. Hierbij wordt rekening gehouden met de best beschikbare technische oplossingen die met succes in de praktijk zijn toegepast en waarvan de kostprijs niet onredelijk is in verhouding tot het te bereiken resultaat op het vlak van bescherming van de mens en het milieu, en onafhankelijk van de financiële draagkracht van diegene op wie de saneringsverplichting rust.
Risicogrond
grond waarop een inrichting gevestigd is of was of waarop een activiteit wordt of werd uitgeoefend, die opgenomen is in de lijst van inrichtingen en activiteiten die bodemverontreiniging kunnen veroorzaken. Deze lijst is als bijlage 1 bij het Vlarebo gevoegd.