In de strijd tegen bodemerosie kent het Vlaams Gewest subsidies toe aan gemeenten voor de opmaak van een erosiebestrijdingsplan en voor de aanleg van kleinschalige erosiebestrijdingswerken in uitvoering van dat plan. Daarnaast kan de landbouwer een beheerovereenkomst erosiebestrijding (grasbufferstrook, grasgang, erosiedam en -poel, niet-kerende bodembewerking, directe inzaai) afsluiten met de Vlaamse Landmaatschappij waarvoor hij een vergoeding ontvangt. Verder investeert de Vlaamse overheid in communicatie en sensibilisatie rond erosiebestrijdingsmaatregelen.
Ter evaluatie van de effectiviteit van de bovenvermelde instrumenten (kleinschalige erosiebestrijdingswerken & beheersovereenkomst erosiebestrijding) toont de indicator erosiebeleid het effect van beide instrumenten op gelijke voet en dit ten opzichte van de voor elke gemeente gedefinieerde doelstelling. De erosiebeleidsindicator houdt rekening met de erosiegevoeligheid en de oppervlakte van de verschillende gemeenten.
Erosiebeleid nog ver af van doelstelling
Bij een indicatorwaarde gelijk aan 100 % zijn de grootste bodemerosieproblemen in Vlaanderen opgelost. Het ontwerp MINA-plan 4 (2011-2015) stelt als doel een waarde van 14 % in 2014. Eind 2011 stond de erosiebeleidsindicator op 10,2 %. Dit geeft aan dat 10,2 % van de meest nuttige erosiebestrijdingsmaatregelen zijn gerealiseerd.
Toenemende inzet van maatregelen
Tot en met het jaar 2004 werden geen beheerovereenkomsten erosiebestrijding afgesloten tussen landbouwers en overheid. De knik in de grafiek van 2004 tot 2006 is dan ook het gevolg van een sterke toename van het areaal aan beheerovereenkomsten erosiebestrijding in 2005 en 2006. In 2007 werden geen nieuwe beheerovereenkomsten afgesloten, in 2008 slechts in beperkte mate. De toename van het deel van de indicator van kleinschalige erosiebestrijdingswerken verloopt bijna lineair. De kleinere toename in 2010 is het gevolg van een beperkte toename van de beheerovereenkomsten erosiebestrijding. In 2010 verstreken de eerste vijfjarige beheersovereenkomsten erosiebestrijding. In 2011 steeg de erosiebeleidsindicator door het gecombineerde effect van het werk van de nieuwe gemeentelijke erosiecoördinatoren en de vereenvoudigde procedure voor gemeentelijke erosiebestrijdingswerken.
Landbouwers die rechtstreeks inkomenssteun (toeslagrechten) ontvangen of deelnemen aan agromilieumaatregelen moeten in het kader van de randvoorwaarden verplicht erosiewerende maatregelen nemen op sterk erosiegevoelige percelen. Daarnaast worden landbouwers ook gestimuleerd tot erosiebestrijdingsmaatregelen, onder andere via het afsluiten van beheersovereenkomsten in het kader van het Plattelandsbeleid. Aan het concrete erosieprobleem hangt ook een belangrijke maatschappelijke kost vast voor bagger- en ruimingswerken. De vraag rijst of de optimalisering en intensivering van op vrijwilligheid gebaseerde instrumenten voldoende is om het erosieprobleem doeltreffend aan te pakken.
Laatst bijgewerkt
Februari 2012