Bodemerosie is de resultante van de interactie van 4 hoofdfactoren: erosiviteit van de neerslag, reliëf, bodemtype en bodemgebruik. De gewaserosiegevoeligheid of erosiegevoeligheid van het landgebruik geeft aan hoe het bodemgebruik in Vlaanderen het erosierisico beïnvloedt. Met bodemgebruik of landgebruik wordt hier het gewas bedoeld dat de bodem geheel of gedeeltelijk bedekt.
Toenemende gevoeligheid…
De gewaserosiegevoeligheid neemt toe tussen 1990 en 2001 door de vervanging van minder erosiegevoelige gewassen, zoals graangewassen en grasland door sterk erosiegevoelige gewassen zoals maïs, aardappelen en groenten in open lucht. Na 2001 treedt er een stagnatie op. Hoewel het areaal grasland nog verder daalt na 2001, is er een lichte stijging van de winterteelten, wat het erosierisico dan weer vermindert. In 2008 wordt de hoogste waarde bereikt, door de forse toename van het areaal maïs in 2008 en 2009.
De erosiegevoeligheid in de maanden mei-juni is nog hoger. Deze maanden zijn bepalend voor het bodemverliers door watererosie, omdat de akkers voor zomerteelten quasi onbedekt zijn door het kiemende en groeiende gewas.
… door economische keuzes
De gewaskeuze wordt in eerste plaats een economische keuze van de landbouwer. Deze keuze is het gevolg van evolutie op de Europese en mondiale markt, maar ook van specifiek beschermingsbeleid, zoals de Europese verplichting om het areaal permanent grasland op peil te houden. Het is dus niet evident om via beleidsmaatregelen dit erosierisico te verminderen. Teelttechnische erosiemaatregelen, zoals contourploegen en niet-kerende bodembewerking kunnen binnen een bestaande gewaskeuze ingepast worden.
Laatst bijgewerkt
Februari 2011