Deze indicator toont hoe het huishoudelijk afval wordt verwerkt.
Bijna drie vierde van huishoudelijk afval gaat naar materiaalrecuperatie
Afval voorkomen is de eerste prioriteit van het afvalbeleid. Afval dat niet kan worden voorkomen, moet zo milieuvriendelijk mogelijk worden verwerkt. Hergebruik komt op de eerste plaats, gevolgd door recyclage en composteren. Daarna volgt verbranden, met recuperatie van energie. Storten is de laatste optie.
In 2009 ging bijna drie kwart van de 3,4 miljoen ton ingezamelde huishoudelijke afvalstoffen naar een of andere vorm van materiaalrecuperatie: 3 % ging naar hergebruik, 24 % naar compostering of vergisting, 43 % naar recyclage, en 2 % naar voorbehandeling (drogen-scheiden).
Storten beperkt tot niet-brandbaar, niet-recycleerbaar afval
25 % van het ingezamelde huishoudelijk afval werd verbrand. Het grootste deel hiervan was restafval. 2 % was selectief ingezameld afval, o.a. verontreinigd houtafval en kunststofafval.
3 % van het huishoudelijk afval werd afgevoerd naar stortplaatsen. 70 % hiervan was selectief ingezameld afval, voornamelijk asbesthoudend bouw- en sloopafval of bouw- en sloopafval waarvoor, door de samenstelling of verontreinigingsgraad, geen recyclagemogelijkheid voorhanden was. De overige 30 % was restafval, voornamelijk niet-brandbaar grofvuil.
Laatst bijgewerkt
November 2010