Het gros van het huishoudelijk restafval wordt verbrand. Die verbranding gebeurt in verbrandingsinstallaties voor huishoudelijk afval. In die installaties wordt ook een kleinere hoeveelheid bedrijfsafval verbrand. De indicator geeft een beeld van de milieudruk van deze verbrandingsinstallaties, meer bepaald van de uitstoot naar lucht, de energieproductie en de materiaalrecuperatie.
De verbrandingsinstallaties voor huishoudelijk afval worden steeds milieuvriendelijker.
Uitstoot naar lucht
In 2004 stootten de verbrandingsinstallaties voor huishoudelijk afval heel wat minder verontreinigde stoffen uit dan in 1991 (figuur 1). Dit is het gevolg van een doorgedreven rookgasreiniging die gezorgd heeft voor een daling van de emissies per ton verbrand afval.
Energieproductie
Afvalverbrandingsinstallaties voor huishoudelijk afval recupereren energie als warm water of stoom en gebruiken die voor de levering van warmte of de productie van elektriciteit. In 2004 werd vier keer meer energie gerecupereerd dan in 1991 (figuur 2). Sinds 2004 komt de elektriciteitsproductie van afvalverbrandingsinstallaties voor huishoudelijk afval gedeeltelijk in aanmerking voor groenestroomcertificaten.
Materiaalrecuperatie
Bij de verbranding van afval ontstaan vaste reststoffen: bodemassen, vliegassen en rookgasreinigingsresidu’s. In 2004 werd een derde van de bodemassen, inclusief de schrootfractie, gerecycleerd of gebruikt als secundaire grondstof (figuur 3). De resterende bodemassen werden, net als de vliegassen en rookgasreinigingsresidu’s, gestort. Een gevolg van de doorgedreven rookgasreiniging is dat de hoeveelheid vliegas en rookgasreinigingsresidu tussen 1995 en 2004 nagenoeg verdubbelde.
Laatst bijgewerkt
November 2006