Download Pdf Print
positieve evolutie, legende opent in pop-up 

Milieudruk van verbrandingsinstallaties voor huishoudelijk afval

Pressure (milieudruk), legende opent in pop-up, legende opent in pop-up
Het gros van het huishoudelijk restafval wordt verbrand. Die verbranding gebeurt in verbrandingsinstallaties voor huishoudelijk afval. In die installaties wordt ook een kleinere hoeveelheid bedrijfsafval verbrand. De indicator geeft een beeld van de milieudruk van deze verbrandingsinstallaties, meer bepaald van de uitstoot naar lucht, de energieproductie en de materiaalrecuperatie.

Figuren

Totale emissies naar lucht van verbrandingsinstallaties voor huishoudelijk afval (Vlaanderen, 1991-2004)
Bron: OVAM (2006) Inventaris van de Vlaamse afvalverbrandingssector, studie uitgevoerd door VITO in opdracht van OVAM.

Cijfers en figuur in Excel.
Energieproductie van verbrandingsinstallaties voor huishoudelijk afval (Vlaanderen, 1991-2004)
Bron: OVAM (2006) Inventaris van de Vlaamse afvalverbrandingssector, studie uitgevoerd door VITO in opdracht van OVAM.

Cijfers en figuur in Excel.
Vaste reststoffen van verbrandingsinstallaties voor huishoudelijk afval (Vlaanderen, 1991-2004)
Bron: OVAM (2006) Inventaris van de Vlaamse afvalverbrandingssector, studie uitgevoerd door VITO in opdracht van OVAM.

Cijfers en figuur in Excel.

Verloop

De verbrandingsinstallaties voor huishoudelijk afval worden steeds milieuvriendelijker.

Uitstoot naar lucht

In 2004 stootten de verbrandingsinstallaties voor huishoudelijk afval heel wat minder verontreinigde stoffen uit dan in 1991 (figuur 1). Dit is het gevolg van een doorgedreven rookgasreiniging die gezorgd heeft voor een daling van de emissies per ton verbrand afval.

Energieproductie

Afvalverbrandingsinstallaties voor huishoudelijk afval recupereren energie als warm water of stoom en gebruiken die voor de levering van warmte of de productie van elektriciteit. In 2004 werd vier keer meer energie gerecupereerd dan in 1991 (figuur 2). Sinds 2004 komt de elektriciteitsproductie van afvalverbrandingsinstallaties voor huishoudelijk afval gedeeltelijk in aanmerking voor groenestroomcertificaten.

Materiaalrecuperatie

Bij de verbranding van afval ontstaan vaste reststoffen: bodemassen, vliegassen en rookgasreinigingsresidu’s. In 2004 werd een derde van de bodemassen, inclusief de schrootfractie, gerecycleerd of gebruikt als secundaire grondstof (figuur 3). De resterende bodemassen werden, net als de vliegassen en rookgasreinigingsresidu’s, gestort. Een gevolg van de doorgedreven rookgasreiniging is dat de hoeveelheid vliegas en rookgasreinigingsresidu tussen 1995 en 2004 nagenoeg verdubbelde.

Laatst bijgewerkt

November 2006

Contactpersoon bij MIRA

Erika  Vander Putten

Woordenboek

Bodemas
as die na de verbranding op de bodem van de oven achterblijft.
Groenestroomcertificaat (GSC)
certificaat dat aantoont dat een producent in een daarin aangegeven jaar 1 000 kWh elektriciteit heeft opgewekt uit een hernieuwbare energiebron en dat kan worden ingeleverd door een certificaatplichtige (netbeheerder of elektriciteitsleverancier) om te bewijzen dat hij voldoet aan de certificatenverplichting. Iedere elektriciteitsleverancier is verplicht om een minimumaandeel van zijn verkoop aan eindafnemers te betrekken uit hernieuwbare energiebronnen. Dit minimumaandeel loopt op naar 6 % in 2010. Een leverancier kan aan deze verplichting voldoen door zelf groene stroom te produceren of door groenestroomcertificaten aan te kopen op de markt. Per ontbrekend certificaat betalen de certificaatplichtigen een boete van 125 euro.
Vliegas
fijne as van de verbranding van afvalstoffen die wordt opgevangen bij de ontstoffing of een andere behandeling van de rookgassen.