De indicator geeft een beeld van de milieudruk van storten, meer bepaald van de uitstoot naar lucht, de energieproductie en het ruimtegebruik.
In 2008 werd 3 % van het huishoudelijk afval en 5 % van het bedrijfsafval (inclusief secundair bedrijfsafval) gestort. De milieudruk van stortplaatsen wordt steeds kleiner. Zo moeten stortplaatsen voldoen aan een reeks voorwaarden om te voorkomen dat de bodem en het grond- en oppervlaktewater worden verontreinigd, en is de uitstoot naar lucht aanzienlijk verminderd. Toch is storten, onder meer door het grote gebruik van schaarse ruimte, de minst aangewezen bestemming voor afval.
Methaanemissies van stortplaatsen dalen
Op stortplaatsen waar biologisch afbreekbaar afval wordt gestort, moet het geproduceerde stortgas sinds 1995 worden gevaloriseerd als energiebron (elektriciteit of warmte) of, als dat niet haalbaar is, verbrand in een gasfakkel. Dankzij die verplichting namen de diffuse methaanemissies (CH4) op de betreffende stortplaatsen sterk af (zie figuur). Sinds 2004 komt de elektriciteit die met het opgevangen stortgas wordt geproduceerd in aanmerking voor groenestroomcertificaten en sinds 2005 wordt alle opgevangen gas ingezet voor energetische valorisatie. In 2010 werd 65 GWh elektriciteit geproduceerd met stortgas, goed voor 2 % van de totale groenestroomproductie.
Op oude stortplaatsen, afgewerkt voor 1995, moet het stortgas niet worden opgevangen. Die oude stortplaatsen waren in 2010 verantwoordelijk voor 92 % van de methaanuitstoot van stortplaatsen. De methaanemissie van die oude stortplaatsen neemt wel geleidelijk aan af.
Stortplaatsen leggen voor heel lange tijd beslag op schaarse ruimte
Het grote nadeel van stortplaatsen is het ruimtegebruik. Voor het in 2008 gestorte huishoudelijk afval was, bij een storthoogte van 15 tot 20 m, 7 400 tot 9 900 m² nodig (één tot bijna anderhalf voetbalveld). Voor het bedrijfsafval gestort in 2008 (exclusief afval dat naar monostortplaatsen ging, ongeveer een derde van het gestorte bedrijfsafval) was 70 400 tot 93 800 m² (10 tot 13 voetbalvelden) nodig. Het gaat hier enkel om het ruimtegebruik van het in 2008 gestorte afval, niet om de totale oppervlakte die door stortplaatsen wordt ingenomen.
Oude stortplaatsen als bron van materialen?
Verschillende bedrijven en universiteiten doen onderzoek naar ‘Landfill mining’: het opgraven van oude storten om de waardevolle materialen te valoriseren. Deze projecten bieden de mogelijkheid om naast de materialen ook de ingenomen oppervlakte opnieuw in gebruik te nemen. Hoewel er veel interesse is vanuit industriële, academische en beleidskringen staat landfill mining nog in zijn kinderschoenen. Onderzoek en proefprojecten zijn nodig om het potentieel en de haalbaarheid te testen.
Laatst bijgewerkt
Oktober 2011