Deze indicator omvat het niet-selectief ingezamelde deel van het huishoudelijk afval.
Grote verschillen tussen gemeenten
Volgens het MINA-plan 3+ (2008-2010) mag tegen 2010 op niveau Vlaanderen maar 150 kg huishoudelijk restafval per inwoner meer ingezameld worden. Deze doelstelling werd net als in 2009 gehaald: in 2010 zette elke inwoner gemiddeld 150 kg restafval buiten, ongeveer 1 kg meer dan het jaar voordien. De doelstelling van 150 kg restafval per inwoner blijft behouden in het MINA-plan 4 (2011-2015).
Op gemeenteniveau varieerde de ingezamelde hoeveelheid restafval in 2010 van 70 tot 336 kg per inwoner. 45 % van de gemeenten zamelde minder restafval in dan het jaar voordien. In meer dan een tiende van die gemeenten ging het om dalingen van 20 tot maar liefst 75 kg per inwoner. Die grote dalingen zijn meestal het gevolg van de invoering van systemen waarbij huishoudens betalen per kg aangeboden restafval. Ongeveer een kwart van de Vlaamse gemeenten werkt reeds met zo’n systeem. In 8 % van de Vlaamse gemeenten nam de hoeveelheid restafval met meer dan 10 kg per inwoner toe.
Meeste gemeenten halen doelstelling
Het Uitvoeringsplan Milieuverantwoord Beheer van Huishoudelijke Afvalstoffen stelt dat elke gemeente in 2010 maximaal 180 kg restafval per inwoner mag inzamelen. Factoren zoals toerisme, gezinsgrootte en leeftijdsstructuur hebben een invloed op de hoeveelheid restafval. Daarom werd aan 143 gemeenten een correctiefactor toegekend om de hoeveelheid restafval te toetsen aan de gemeentelijke doelstelling. 97 % van de gemeenten haalde deze doelstelling, 73 % zamelde zelfs 150 kg per inwoner of minder in.
Laatst bijgewerkt
November 2011