De verschillende parameters van astma en allergie die onderzocht werden in het tweede VHBP zijn :
- astmaklachten ooit
- astma diagnose arts
- huidig astma
- hooikoortsklachten ooit
- hooikoorts
- eczeem
- allergie voor voedingsmiddelen, geneesmiddelen of insectenbeten de afgelopen 5 jaar
- allergie voor metaal, verzorgingsproducten, huishoud- en onderhoudsproducten in de afgelopen 5 jaar
- allergie voor dieren in de afgelopen 5 jaar
Voor astma rapporteerden relatief meer volwassenen en moeders van pasgeborenen van het tweede VHBP dat ze astma hadden dan bij het eerste VHBP. Het aantal jongeren dat astma rapporteerde bleef ongeveer gelijk. Ook studies uit de jaren 90 met jongeren en volwassenen uit Antwerpen, rapporteerden gelijkaardige cijfers. Binnen Europa is het voorkomen van astma heel divers gaande van 2,7 % in Albanië tot 22,9 % in IJsland.
Hooikoorts wordt bij het 2e VHBP het minst gerapporteerd bij moeders van pasgeborenen en het meest bij volwassenen. In vergelijking met het 1e VHBP werd er meer hooikoorts gerapporteerd bij de volwassenen, en minder bij de jongeren en moeders van pasgeborenen. Bij een studie uit de jaren 90 in Antwerpen rapporteerden 20,2 % van de jongeren hooikoorts. Voor andere allergieën waren de resultaten vergelijkbaar met eerder gerapporteerde resultaten in andere onderzoeken.
De verschillen tussen de verschillende onderzoeken kunnen te maken hebben met een tijdstrend, maar zijn ook deels te verklaren door verschillen in de onderzoekspopulatie en vraagstelling.
Laatst bijgewerkt
Augustus 2011