In het 2e VHBP werden volgende referentiewaarden bepaald:
- hormonen
- schildklierhormonen
- sex hormonen
- metabole hormonen
- puberteitsontwikkeling bij jongeren
- fertiliteit
- fertiliteitsbehandeling bij de vrouw
Hormonen
Bepaalde polluenten kunnen de groei verstoren dit zowel voor als na de geboorte. Het meten van enkele schildklierhormonen die gerelateerd zijn aan de groei kunnen dit mee helpen in kaart brengen. De resultaten van de twee VHBP’s zijn vergelijkbaar. Enkel bij pasgeborenen werden verbanden gevonden tussen factoren zoals rookgedrag van de moeder en te vroeggeboren zijn en hormoonniveaus.
De sex hormonen of geslachtshormonen kunnen beïnvloed worden door hormoonverstorende polluenten. Over de metingen in navelstrengbloed is er nog weinig gekend zodat de relatie tussen deze hormoonniveaus en mogelijke gezondheidseffecten nog niet duidelijk is. Er werden wel verbanden gevonden tussen de hormoonniveaus en het geslacht van de baby, de rookgewoonten van de moeder, de leeftijd van de moeder en de aard van de bevalling. Voor de jongeren werden de geslachtshormonen enkel bepaald bij jongens, bij meisjes is er te veel interferentie met de menstruatiecyclus om de resultaten te bepalen.Hier werden verbanden gevonden tussen bepaalde hormoonniveaus en leeftijd, BMI, het uur van de bloedopname en het scholingstype (BSO), mogelijk kunnen onderliggende factoren (bv. leeftijd, roken , voeding) het laatste verband verklaren.
Metabole hormonen zijn gerelateerd aan de ontwikkeling van obesitas. er is echter nog weinig gekend over de rol van die hormonen, zodat het niet mogelijk is om dit te linken aan gezondheidseffecten. Voor leptine zijn er verbanden gevonden tussen de het BMI van de moeder en de zwangerschapsduur en voor insuline werd een effect gevonden van roken.
Puberteitsontwikkeling
Puberteit wordt weergegeven a.d.h.v. de vijf stadia van Tanner & Marshal. Deze geven aan in welk stadium van de puberteit een persoon zich bevindt op basis van uiterlijke kenmerken (bv. borstontwikkeling, pubisbeharing). Deze gegevens werden verkregen via het medisch schooltoezicht in de CLB’s. Meer jongens uit een stedelijke omgeving bleken in een hoger stadium te zitten dan jongens uit een niet-stedelijke omgeving. Voor de meisjes werd een relatie teruggevonden met de lichtaamssamenstelling. Minder meisjes met ondergewicht hadden al een hoger stadium voor borstontwikkeling bereikt wat wijst op een tragere ontwikkeling. Ook met het opleidingstype werd een relatie gevonden. De leeftijd van de eerste menstruatie blijkt later te zijn bij een wekelijkse alcoholconsumptie.
Fertiliteit
Het aantal eerdere miskramen werd verkregen door bevraging. De frequentie nam toe met de leeftijd en met het aantal bevallingen die de vrouw al gehad heeft. De informatie over de vruchtbaarheidsbehandelingen werd ook via bevraging verkregen. Er waren meer vruchtbaarheidsbehandelingen bij vrouwen met een probleem met de vruchtbaarheidsorganen( bv. endometriose …) ; bij vrouwen met onregelmatige cyclus en bij oudere vrouwen. 8,6 % van de vrouwen onderging hormonale stimulatie en 6,3 % onderging IVF of ICSI.
Laatst bijgewerkt
Augustus 2011