Download Pdf Print
geen 

Humane biomonitoring - effectmerkers neurologische ontwikkeling

Impact (gevolgen), legende opent in pop-up

De blootstelling en effecten van schadelijke stoffen bij de bevolking kan ingeschat worden met behulp van biomonitoring. Hierbij wordt de inwendige dosis van een stof in bloed, urine of andere biologische media (blootstellingsmerkers) gemeten waardoor alle bronnen die bijdragen tot deze blootstelling meegenomen worden. Deze inwendige blootstelling kan gekoppeld worden aan vroegtijdige omkeerbare biologische effecten of gezondheidseffecten (effectbiomerkers)

In het kader van het Steunpunt Milieu & Gezondheid werden twee Vlaamse humane biomonitoringsprogramma’s (VHBP) uitgevoerd. In opeenvolgende, campagnes werden bij pasgeborenen (navelstrengbloed), adolescenten en volwassenen milieugevaarlijke stoffen gemeten. In het eerste VHBP werd nagegaan of het mogelijk was om verschillen te meten bij bewoners van verschillende gebieden. In het tweede VHBP wil men referentiewaarden voor de algemene bevolking in Vlaanderen bepalen, dit noemt men de referentiebiomonitoring.
De resultaten zijn geen streefwaarden of normen gebaseerd op gezondheidsrisico’s maar kunnen wel een vergelijkingsbasis vormen. De gemiddelden zijn de gemiddelde waarden, de P90 geeft een idee van de hoogste piekwaarden; de P10 geeft een idee van de laagste piekwaarden.

Milieupolluenten kunnen een effect hebben op de verstandelijke ontwikkeling van jongeren en  op bepaalde gedragskenmerken. Zo is gekend dat lood zelfs in lage dosissen een effect heeft op de aandacht. Deze merkers van neurologische ontwikkeling  werden ook bepaald in het VHBP.

Figuren

Resultaten typisch mannelijk en vrouwelijk gedrag
Bron: Steunpunt Milieu & gezondheid (2010)

Verloop

In het 2e VHBP werden volgende neurologische merkers bepaald:

  • gender gedrag
  • pyschopathologisch gedrag
  • neurocognitieve metingen

Het gendergedrag werd onderzocht a.d.h.v. het speelgedrag met typisch vrouwelijke, typisch mannelijke en neutrale speeltjes. Hierbij bleek dat meisjes meer vrouwelijk gedrag vertonen, maar dat de onderzochte jongens niet meer typisch mannelijk speelgedrag vertonen dan de onderzochte meisjes.

Voor het psychopathologisch gedrag werden emotionele problemen, gedragsproblemen en hyperactiviteit en oplettendheid, problemen met leeftijdsgenoten; socialeproblemen en algemene problemen bekeken. De meisjes scoren iets hoger dan de jongens, behalve voor gedragsproblemen.

Bij de neurocognitieve metingen werden 4 testen uitgevoerd, voor het bepalen van een aantal functies  zoals psychomotoriek, informatieverwerkingssnelheid, volgehouden aandacht, korte termijngeheugen, motorische snelheid … Er werden bij de verschillende testen verschillen tussen geslacht opgemerkt.

Laatst bijgewerkt

Augustus 2011

Contactpersoon bij MIRA

Myriam  Bossuyt

Woordenboek

Biomerker
meting in het menselijke lichaam of ander biologisch medium, die een beeld geeft van ofwel de blootstelling aan polluenten (inwendige dosissen van polluenten of hun metabolieten) ofwel vroegtijdige biologische effecten (biomerker van effect).
Biomonitoring (mens)
om blootstelling en effecten van toxische stoffen bij de bevolking in te schatten, wordt ondermeer biologische monitoring toegepast, waarbij de vaststelling van het geïntegreerde blootstellingsniveau berust op metingen van de inwendige dosis van een stof in bloed, urine of andere biologische media. Om de inwendige blootstelling te koppelen aan vroegtijdige omkeerbare effecten, kunnen bovendien biomerkers van effect gemeten worden.