In het 2e VHBP werden volgende neurologische merkers bepaald:
- gender gedrag
- pyschopathologisch gedrag
- neurocognitieve metingen
Het gendergedrag werd onderzocht a.d.h.v. het speelgedrag met typisch vrouwelijke, typisch mannelijke en neutrale speeltjes. Hierbij bleek dat meisjes meer vrouwelijk gedrag vertonen, maar dat de onderzochte jongens niet meer typisch mannelijk speelgedrag vertonen dan de onderzochte meisjes.
Voor het psychopathologisch gedrag werden emotionele problemen, gedragsproblemen en hyperactiviteit en oplettendheid, problemen met leeftijdsgenoten; socialeproblemen en algemene problemen bekeken. De meisjes scoren iets hoger dan de jongens, behalve voor gedragsproblemen.
Bij de neurocognitieve metingen werden 4 testen uitgevoerd, voor het bepalen van een aantal functies zoals psychomotoriek, informatieverwerkingssnelheid, volgehouden aandacht, korte termijngeheugen, motorische snelheid … Er werden bij de verschillende testen verschillen tussen geslacht opgemerkt.
Laatst bijgewerkt
Augustus 2011