|
Download Pdf
|
Print
|
Humane biomonitoring – Referentiewaarden blootstelling aan pesticiden
|
 |
De blootstelling en effecten van schadelijke stoffen bij de bevolking kan men inschatten met behulp van biomonitoring. Hierbij wordt de inwendige dosis van een stof in bloed, urine of andere biologische media (blootstellingsbiomerkers) gemeten waardoor alle bronnen die bijdragen tot deze blootstelling in rekening worden gebracht.
In het kader van het Steunpunt Milieu & Gezondheid werden twee Vlaamse humane biomonitoringsprogramma’s (VHBP) uitgevoerd. In opeenvolgende, campagnes werden bij pasgeborenen (navelstrengbloed), adolescenten en volwassenen milieugevaarlijke stoffen gemeten. In het eerste VHBP werd nagegaan of het mogelijk was om verschillen te meten bij bewoners van verschillende gebieden. In het tweede VHBP wil men referentiewaarden voor de algemene bevolking in Vlaanderen bepalen, dit noemt men de referentiebiomonitoring.
De resultaten zijn geen streefwaarden of normen gebaseerd op gezondheidsrisico’s maar kunnen wel een vergelijkingsbasis vormen bij specifieke blootstellingsituaties. Het referentiegemiddelde geeft de gemiddelde blootstelling weer, de P90 geeft de piekwaarden weer.
Referentiewaarden blootstelling organofosfaatpesticiden
In het VHBP werden referentiewaarden bepaald voor enkele metabolieten van organofosfaatpesticiden in urine (tabel). Deze pesticiden komen voor in veel insecticiden. De verschillende organofosfaatpesticiden worden in het menselijk lichaam omgevormd tot dezelfde metabolieten. Het is dus niet mogelijk om op basis van de gemeten metabolieten te bepalen aan welk organofosfaatpesticide de persoon werd blootgesteld. In vergelijking met andere Europese studies liggen de Vlaamse waarden laag. De waarden van deze metabolieten liggen echter hoger dan de waarden in Amerikaanse studies. Dit is wellicht het gevolg van een verbod voor het gebruik van deze pesticiden voor huishoudelijk gebruik in de Verenigde staten, wat niet het geval is in Europa.
Referentiewaarden blootstelling paradichlorobenzeen
Paradichlorobenzeen komt voor als pesticide in mottenballen, luchtverfrissers en WC-blokjes. In het VHBP werden referentiewaarden bepaald voor een metaboliet van dit pesticide: 2,5-paradichloorfenol in urine (tabel). Die biomerker geeft de maat voor de blootstelling gedurende de voorbije dagen. De teruggevonden waarden liggen laag t.o.v. waarden in zowel Europese als Amerikaanse studies.
Laatst bijgewerkt
Februari 2011