Een analyse van de vergroening van het belastingstelsel gebeurt het best op basis van een combinatie van verschillende types van indicatoren. Een eerste type van indicatoren zijn inkomstenbelastingen. Een tweede type zijn tariefindicatoren. Tariefindicatoren geven de evolutie van de tarieven van belastingen weer. Indien het tarief van een milieugerelateerde belasting stijgt, spreken we van een vergroening van het belastingstelsel. Deze indicator stuit echter op enkele beperkingen bij de aggregatie van de verschillende tarieven. Het is namelijk niet eenvoudig om een globale indicator van de evolutie van de tarieven op te stellen.
De eerste figuur toont de evolutie van vier Vlaamse tariefindicatoren. De tweede figuur toont het verloop van een ‘gemiddelde tariefindicator’ voor Vlaanderen gebaseerd op de vier tariefindicatoren.
De tariefindicatoren evolueren niet eenduidig
Tussen 2004 en 2010 steeg de energie-indicator voornamelijk door de scherpe stijging van de taksen op elektriciteit. De tarieven op de meeste andere energieproducten vertoonden daarentegen een lichte daling.
De tarieven op transport kenden een stabiel tot licht dalend verloop, afhankelijk van het feit of het om een jaarlijks geïndexeerd tarief ging of niet.
De Vlaamse tariefindicator (met de afvalwaterheffing, afvalstoffenheffing, grondwaterheffing en exclusief heffingen op mest) vertoonde een stijgend verloop tot 1996, stabiliseerde tot 2006 om daarna terug toe te nemen.
Het tarief van de federale verpakkingsheffing, de belangrijkste federale milieutaks, verliep dalend omdat deze niet geïndexeerd werd.
Geen verdere vergroening van het belastingstelsel tussen 2004 en 2010
De globale gemiddelde en gewogen tariefindicatoren kwamen tot stand op basis van de vier tariefindicatoren. Tussen 1991 en 2004 heeft Vlaanderen duidelijk een vergroening van het belastingstelsel gekend. Tussen 2004 en 2010 is er eerder sprake van een stabilisatie en dus geen verdere vergroening.
Laatst bijgewerkt
Mei 2011