Het wegverkeer veroorzaakt heel wat externe kosten, waaronder luchtvervuiling, ongevallen en tijdsverlies door fileproblemen (congestiekosten). Wil men komen tot een internalisering van deze externe kosten dan moeten - per gereden kilometer - de marginale externe kosten gelijk zijn aan de belastingen. Dit optimum dient te gelden voor gemiddelde waarden, maar ook voor elk vervoermiddel, op elk tijdstip en elke plaats. Het prijsmechanisme houdt dikwijls geen of onvoldoende rekening met externe kosten. Dit kan echter vermeden worden door bijvoorbeeld te corrigeren via het heffen van transportbelastingen.
Hinder van transport over het algemeen niet gecompenseerd In 2008 recupereerde de overheid slechts een deel van de externe kosten veroorzaakt door transport via belastingen en heffingen op transport. Over alle vervoerswijzen heen was de mate van internalisering het grootst voor wegverkeer. Een personenwagen diesel betaalde ongeveer 69 % van zijn externe kosten. Een personenwagen benzine betaalde dan weer 55 % te veel. Dit laatste heeft vooral te maken met de lagere externe milieuschadekosten en de hogere accijnzen die benzinewagens betalen. De graad van internalisering voor motorfietsen was relatief laag (30 %) door de hoge ongevalkosten. Voor lichte vrachtwagens schommelde de mate van internalisering tussen 86 % en 38 %, afhankelijk van de gebruikte brandstof. Zware vrachtwagens internaliseerden tussen de 30 % en 66 % van hun externe kosten. Voor de reisbus was dit 29 %. De subsidies voor de lijnbus waren vier keer hoger dan de externe kosten (niet weergegeven op deze grafiek).
Fietsen zorgt voor een betere gezondheid en veroorzaakt geen marginale externe kosten. Fietsers betalen ook geen transportbelastingen.
De graad van internalisering voor de passagierstrein valt, zoals bij de lijnbus, buiten de grafiek door de hoge subsidies. De subsidies voor de passagierstrein nationaal en internationaal waren respectievelijk 73 en 54 keer hoger dan de externe kosten (niet weergegeven op deze grafiek). De goederentrein droeg niets bij tot zijn externe kosten.
Op andere vervoerswijzen (binnenvaart en zeevaart) werden er in 2008 niet veel belastingen geheven. De graad van internalisering is dan ook zeer laag.
Marginale externe congestiekosten domineren bij wegtransport
Voor wegtransport vormen
de marginale externe congestiekosten veruit de belangrijkste schadecategorie. Voor personenwagen varieert het aandeel van de marginale externe congestiekosten in de totale externe kosten rond 75 %. Voor goederentransport over de weg in het aandeel van de congestiekost ongeveer 45 %.
De marginale externe kosten van ongevallen liggen rond de 13 % voor personenwagen en rond de 18 % voor de zware vrachtwagens. Voor motorrijders (59 %), lichte vrachtwagens (42 %) en openbaar vervoer (50 %) is het belang van de ongevalskost groter. Voor motorrijders is dit te wijten aan hun hoger ongevalsrisico. Voor lichte vrachtwagens speelt naast het risico ook het feit mee dat het vooral de botspartner is die schade leidt. Voor openbaar vervoer speelt vooral mee dat het de botspartner is die schade leidt en dus een groot deel van de kosten extern zijn. Voor passagierstreinen werden enkel de ongevallen met wagens in rekening gebracht. De watermodi zijn dan weer zeer veilige modi.
Het aandeel van
de marginale externe milieuschadekosten (luchtvervuiling en klimaatsverandering) is, met uitzondering voor de motorfiets, relatief laag voor wegmodi. Voor personenwagen varieert het aandeel rond de 0% voor elektrische voertuigen tot 19% voor dieselwagens. Voor motorfietsen is het aandeel 31%. Voor vrachtvervoer over de weg varieert het aandeel tussen de 15% en de 22%. Voor het treinverkeer is het aandeel van de milieuschadekosten ook relatief laag – dit vooral door de sterke elektrificatie van het spoornet in Vlaanderen. Voor de watermodi zijn de milieuschadekosten heel belangrijker – deels ook omdat de andere externe kosten er veel lager zijn. Maar ook in absolute termen is de milieuschadekost voor watertransport relatief hoog in vergelijking met de andere modi.
De marginale geluidskosten zijn te verwaarlozen.
De marginale externe infrastructuurkosten zijn enkel van toepassing voor de zwaarste vrachtwagens, spoor, binnenvaart en zeevaart. Met uitzondering van binnenvaart Spits is het aandeel van deze kosten relatief klein.
Fietsen zorgt voor een betere gezondheid en dus
marginale externe baten.
Laatst bijgewerkt
Januari 2012