|
|
Grondwaterwinning
|
 |
Grondwater is kwalitatief hoogwaardig water met een veel stabielere samenstelling dan oppervlaktewater. Dit maakt grondwater aantrekkelijk voor o.a. de drinkwatervoorziening en voor industrieel gebruik. In het groeiseizoen wordt grondwater ook gebruikt voor de beregening van landbouwgewassen en daarnaast ook als drinkwater voor de dieren op het landbouwbedrijf. Om grondwater op te pompen is een vergunning nodig. De indicator geeft de vergunde debieten per grondwatersysteem en per sector. Meestal wordt echter slechts een deel van het vergund debiet ook effectief opgepompt. Bedrijven (bv. drinkwaterproducenten) nemen immers vaak een marge om de bedrijfszekerheid veilig te stellen. Voor alle sectoren samen wordt een globale benutting van de vergunningen van bijna 60 % genoteerd. Daarnaast moet opgemerkt worden dat er naast de gekende vermoedelijk nog veel niet-vergunde winningen zijn. Het gaat dan over kleine winningen (< 500 m³/j), maar ook over illegale winningen.
|
|
Aandeel van de sectoren in het vergunde debiet voor grondwaterwinning (Vlaanderen, 31/12/2007)
bron: VMM
|
Vergund debiet per grondwatersysteem voor grondwaterwinning voor openbare leidingwatervoorziening en bedrijven (toestand 31/12/2007)
bron: VMM
|
Totaal vergund debiet daalt
Eind 2007 bedroeg het totale vergunde debiet ongeveer 426 miljoen m³. In vergelijking met het vergunde debiet op 1 januari 2005 (494 miljoen m³) is dit zo’n 14 % minder. Op 20 augustus 2005 vervielen een groot aantal oude vergunningen (vergund vóór 1985 zonder einddatum door het toenmalige Mijnwezen) van rechtswege. Een beduidend aantal van deze oude winningen was nog steeds vergund, maar niet meer in gebruik of zijn hervergund voor een lager volume, aangepast aan de reële behoefte. Om de grondwaterwinningen verder te doen dalen worden specifieke gebieds- en grondwaterlaagfactoren voor de grondwaterheffing ingevoerd.
Drinkwaterproductie heeft veruit het grootste aandeel
Met 62 % heeft de drinkwatersector veruit het grootste aandeel in het vergund debiet. Verder is het aandeel van de industrie (18 %) en de landbouw (14%) ook aanzienlijk.
Eind 2007 bedroeg het vergunde debiet voor de drinkwaterproductie 265 miljoen m³, waarvan het Centraal Kempisch en het Maassysteem samen bijna 60 % uitmaken. Ook het Brulandkrijtsysteem heeft een belangrijk aandeel (28 %). Op Vlaams niveau staat de Sokkel in voor 4 % van de productie van drinkwater uit grondwater. Dit is schijnbaar onbelangrijk, maar in Oost- en West-Vlaanderen steunt de drinkwaterproductie vanuit grondwater wel voor 36 % op het Sokkelsysteem.
Bijna 40 % van het totale vergunde debiet voor de overige sectoren wordt gewonnen in het Centraal Vlaams Systeem. Vooral de landbouwsector neemt hier een groot deel voor haar rekening. Maar ook de industrie is sterk aanwezig. Het Centraal Kempisch en het Maassysteem zijn samen ongeveer goed voor 30 %, vooral industriële winningen, maar ook de sector handel & diensten is in de Kempen sterk vertegenwoordigd. In het Brulandkrijtsysteem, goed voor een aandeel van 16 %, overheersen industriële grondwaterwinningen. De diepe watervoerende lagen van het Sokkelsysteem in West- en Oost-Vlaanderen zijn relatief minder belangrijk (7 %), maar in het zuiden van beide provincies is de industrie er in grote mate van afhankelijk.
De effecten van een grondwaterwinning hangen af van de lokale (hydro)geologische omstandigheden en van de aard van de grondwaterwinning zelf. Zo merken we, ondanks het relatief beperk volume dat er wordt gewonnen, toch nog steeds (sterk) dalende peilen in het Sokkelsysteem [zie ook indicator grondwaterstand]. Nochtans stelt de Europese Kaderrichtlijn Water dat grondwaterwinningen in overeenstemming moeten zijn met de draagkracht van het watersysteem. Voor de Sokkel zouden de winningen met 75 % moeten dalen t.o.v. 2000. Eind 2007 waren de debieten voor de drinkwaterproductie en de overige sectoren met 36 % respectievelijk 40 % afgebouwd.
Laatst bijgewerkt
December 2008