Doelstellingen
Als plandoelstelling in het Vlaamse milieubeleidsplan 2003-2007 (MINA-plan 3) en het vervolgplan voor de periode 2008-2010 (MINA-plan 3+) is opgenomen dat het waterpeil in de watervoerende lagen minstens status-quo blijft.
Geen eenduidig beeld
In de freatische (delen van) grondwaterlichamen komen op korte termijn heel wat peildalingen voor, vooral daar waar de grondwaterstand momenteel nog vrij hoog staat. In het oosten van Vlaanderen is deze daling bovendien veel meer uitgesproken dan in het westen. Op lange termijn daarentegen kan de grondwaterstand in de meeste freatische lichamen nog steeds als stabiel beschouwd worden. Voor sommige is er zelfs een duidelijk stijgende trend.
In de niet-freatische grondwaterlichamen komen op korte termijn, in de putten waar hoge grondwaterstanden voorkomen, ook vaker dalende trends voor. In de gebieden met zeer lage grondwaterstanden daarentegen, neemt men wel stabilisaties of soms zelfs een stijging van het grondwaterpeil ten opzichte van de lange termijntrend waar. Maar in verschillende andere grondwaterlichamen met een erg lage grondwaterstand, gaat de daling zowel op lange als op korte termijn echter verder.
Laatst bijgewerkt
December 2008