|
|
Evolutie van de temperatuur sinds midden 19de eeuw
|
 |
Een verhoogde concentratie aan broeikasgassen in de atmosfeer zorgt voor een toename van de gemiddelde temperatuur op aarde met verschuiving van de klimaatgordels en wijzigingen in extreme weersfenomenen tot gevolg.
|
|
Afwijking van de globale jaargemiddelde temperatuur (1850-2008)
bron: MIRA (VMM) op basis van Climatic Research Unit - University of East Anglia en KNMI
|
Afwijking van de Europese jaargemiddelde temperatuur (1851-2008)
bron: MIRA (VMM) op basis van Climatic Research Unit - University of East Anglia en KNMI
|
Afwijking van de jaargemiddelde temperatuur in Ukkel (1850-2009)
bron: MIRA (VMM) op basis van gegevens KMI
|
Gemiddelde temperatuurstijging mag maximaal 2°C bedragen
Het Klimaatverdrag van de Verenigde Naties uit 1992 bepaalt dat de broeikasgasconcentratie in de atmosfeer gestabiliseerd moet worden op een niveau waarop geen gevaarlijke menselijke verstoring van het klimaatsysteem optreedt. Dit moet gebeuren binnen een termijn die ecosystemen toelaat zich op natuurlijke wijze aan te passen aan de klimaatverandering, die de voedselvoorziening verzekert en die de economische ontwikkeling op een duurzame manier laat voortgaan. In de EU is afgesproken dat daartoe de temperatuur max. 2°C mag stijgen ten opzichte van de periode voor het industriële tijdperk.
Omdat (zeker binnen Europa) de jaargemiddelde temperaturen in de pre-industriële periode 1750-1799 erg gelijkaardig zijn met deze in de periode 1850-1899 en in deze laatste periode metingen voor veel meer locaties beschikbaar zijn, wordt voor toetsing aan de 2°C-doelstelling doorgaans gewerkt met 1850-1899 als referentieperiode.
Mens jaagt mondiale temperatuur omhoog
Sinds het begin van de 20ste eeuw nam de gemiddelde oppervlaktetemperatuur op aarde toe met 0,74°C (eerste figuur). Boven land bedroeg de stijging zelfs 1,0°C. Deze verandering is ongewoon - zowel in omvang als in snelheid waarmee ze plaatsvindt - en overtreft ruimschoots de natuurlijke klimaatfluctuaties van de laatste 1 000 jaren. Bovendien is de gemiddelde jaarlijkse opwarming van de laatste 50 jaar bijna het dubbele van de gemiddelde opwarming van de laatste 100 jaar. Alleen al in de afgelopen 3 decennia nam de temperatuur toe met 0,6°C. In de periode 2001-2008 was het op aarde gemiddeld 0,19°C warmer dan in de periode 1991-2000. Mondiaal bevinden de 23 warmste jaren sinds 1850 zich allemaal in de periode 1980-2008. Het noordelijk halfrond blijkt bovendien sneller op te warmen dan het zuidelijk halfrond.
De oorzaak van die ontegensprekelijke opwarming van de aarde legt het IPCC in eerste instantie bij de oplopende broeikasgasconcentraties in onze atmosfeer onder invloed van antropogene activiteiten gerelateerd aan de industriële revolutie en de wijzigende landbouw.
Opwarming in Europa het grootst tijdens lente en zomer
In Europa is de temperatuur nog sterker gestegen dan het mondiale gemiddelde en zelfs sterker dan het noordelijk halfrond: een toename met 1,0°C sedert 1900 als we zowel temperaturen boven land als zee beschouwen, en een toename met 1,2°C als we enkel naar de tempertuur boven land kijken. 2007 en 2008 waren respectievelijk het warmste en het tweede warmste jaar sinds 1850 (tweede figuur). De 12 warmste jaren sinds 1850 lagen allemaal in de periode 1989-2008. De stijging is het grootst in de lente en de zomer, terwijl de herfst geen temperatuursverandering vertoont.
Broeikasgasemissies bepalende factor in temperatuurverloop Ukkel
Ook in ons land vertonen de metingen een duidelijk stijgende trend (derde figuur). Met jaargemiddelde temperaturen van respectievelijk 11,5°C en 11,4°C waren 2007 en 2006 de absolute recordjaren sinds de metingen startten in 1833. De 10 warmste jaren sinds 1833 situeren zich allemaal na 1989, terwijl de 10 koudste jaren zich voordeden voor 1888. 2009 valt met een jaargemiddelde temperatuur van 11,0°C net binnen de top 10 van warmste jaren.
De opwarming in de eerste decennia van de 20ste eeuw brengt het KMI in verband met een stijging van de zonneactiviteit en de relatief zwakke vulkanische activiteit gedurende die periode. Maar de stijging sinds midden jaren 80 met ongeveer 0,9°C zou hoofdzakelijk veroorzaakt kunnen worden door een steeds grotere versterking van het broeikaseffect onder invloed van de uitstoot van broeikasgassen. Immers, het aandeel in die gemeten temperatuurstoename voor de rol van de natuurlijke variatie van het klimaat, de al dan niet homogene reeks temperaturen, de verstedelijking, de zonneactiviteit en de aanwezigheid van stofdeeltjes in de atmosfeer wordt samen slechts begroot op 0,2 tot 0,3°C.
Laatst bijgewerkt
Februari 2010