negatieve evolutie, legende opent in pop-up 

Neerslagvariatie

State (milieukwaliteit), legende opent in pop-up
De laatste decennia nemen de atmosferische concentraties van broeikasgassen en aërosolen toe hoofdzakelijk ten gevolge van menselijke activiteiten. Die toename leidt tot verhoogde temperaturen op aarde, wat verstoring van het klimaat met zich meebrengt. Die verstoring kan bestaan uit gewijzigde neerslagpatronen, met periodes van extreme droogte of overstromingen tot gevolg.

Figuren

Afwijking van de jaargemiddelde neerslag (Ukkel, 1833-2009)
bron: MIRA (VMM) op basis van gegevens KMI
Evolutie van de neerslaghoeveelheid per half kalenderjaar (Ukkel, 1833-2009)
bron: MIRA (VMM) op basis van gegevens KMI

Verloop

Wijzigend neerslagpatroon onder invloed van menselijke activiteiten

In 2007 werd voor het eerst aangetoond dat menselijke activiteiten de hoofdoorzaak vormen van de neerslagvariaties op aarde waargenomen tussen 1925 en 1999. Tussen 40° en 70° noorderbreedte – waarbinnen ook het gros van Europa valt, met uitzondering van Cyprus, Malta, Griekenland, de zuidelijke helft van Spanje/Portugal en het zuiden van Italië – nam de neerslag gemiddeld met 62 mm per eeuw toe. De bijdrage van menselijke activiteiten hierin wordt begroot op 50 tot 85 %.

Sinds het begin van de waarnemingen in Ukkel zijn 2001 en 2002 de absolute recordjaren met neerslaghoeveelheden van respectievelijk 1088,5 en 1077,8 mm.

Analyse van de neerslagdata toont aan dat er steeds nadrukkelijker meer natte dan droge jaren voorkomen in ons land. De eerste figuur brengt de afwijking in beeld van de jaarlijkse neerslaghoeveelheid vergeleken met het jaargemiddelde in de referentieperiode 1850-1899 (zie ook indicator temperatuur). De trend naar nattere jaren wordt vooral duidelijk bij de lijn die de gecumuleerde afwijking weergeeft. In de 19de eeuw bleef deze lijn rond het nulpunt schommelen: nattere en drogere jaren compenseerden elkaar. Maar sinds het begin van de 21ste eeuw zien we een duidelijke toename, die nog versterkt vanaf de jaren 70. Voor het eerst sinds de start van de metingen zien we ook 5 opeenvolgende decennia met een jaargemiddelde neerslag boven deze van de referentieperiode (758 mm/jaar).

Nattere winters

De veranderingen in neerslag kunnen zich niet enkel tonen door veranderende jaargemiddelden. Belangrijker nog met het oog op de mogelijke impact, zijn de verschuivingen per seizoen en het voorkomen van extreme neerslagperiodes. De frequentie van periodes met hevige regenval is op de meeste plaatsen op aarde toegenomen, overeenkomstig met de opwarming en de toename – minstens al sinds de jaren 80 – van de waterdampconcentratie in de atmosfeer zowel boven land als boven de oceanen. De veranderingen in neerslag doen zich in Europa het sterkst voor tijdens de wintermaanden: +20 à +40 % in Noord- en West-Europa. Ook voor ons land lijkt de trend inzake neerslagtoename zich vooral in de wintermaanden af te tekenen, terwijl de neerslaghoeveelheid in de zomer nauwelijks verandert (tweede figuur).

België (Ukkel) telt jaarlijks gemiddeld 201 dagen met meetbare neerslag (≥ 0,1 mm/dag) en 4 dagen waarop we kunnen spreken van zware neerslag (≥ 20 mm/dag). Uitersten waren 1921 en 1974 met respectievelijk 153 en 266 neerslagdagen. Analyse van de neerslaggegevens sinds 1833 toont dat de lichte (niet-significante) toename van het aantal dagen met meetbare neerslag (≥ 0,1 mm/dag) enkel waarneembaar is in de lente en de winter, terwijl in de zomer het aantal neerslagdagen – net als de neerslaghoeveelheid – constant blijft. Ook het aantal dagen met zware neerslag lijkt toe te nemen. Het recordjaar was 2004 met 12 dagen van zware neerslag.

De recente toename in overstromingen is zeker niet uitsluitend toe te schrijven aan klimaatverandering. Maar samen met een versneld stijgend zeeniveau zal het wisselend neerslagpatroon al de komende decennia het risico op overstromingen verder opdrijven. Modelsimulaties voor België geven immers aan dat de kans op hevige regenbuien zal toenemen, evenals de gemiddelde neerslag tijdens de winter.

Info

Laatst bijgewerkt

Februari 2010

Contactpersoon bij MIRA

Johan  Brouwers