Energiesector en industrie verantwoordelijk voor helft van broeikasgasuitstoot
Daar waar in de eerste helft van de jaren 90 de industrie nipt de belangrijkste bron van broeikasgassen was in Vlaanderen, heeft inmiddels de energiesector die rol nadrukkelijk overgenomen. De eerste figuur geeft aan dat de industrie (23,2 %) en de energiesector (29,0 %) samen instaan voor ruim de helft van de broeikasgasemissies. Transport (incl. privéverplaatsingen; 17,1 %) en de huishoudens (15,2 %) zijn ook belangrijke bronnen. Natuur & tuinen zorgen voor een netto-opname van broeikasgassen in Vlaanderen (‘sink’), maar die opname is ruim gehalveerd t.o.v. 1990.
MINA-plan 3+ (2008-2010) schrijft voor dat de uitstoot voor verwarming van woningen en gebouwen in de sector handel & diensten in 2010 maximaal 19 % boven het niveau van 1990 mag liggen. In 2003 zaten we aan +28 %, maar een zachter klimaat hielp om de stijging sinds 1990 af te zwakken naar 8 % in 2007.
Transport enige sector waarin emissies blijven toenemen
De emissie van broeikasgassen door transport blijft ook na een sterke toename begin jaren 90 nog verder stijgen. In tegenstelling tot bij het personenvervoer volstond bij goederenvervoer de toegenomen energie-efficiëntie van de meeste transportmodi niet om de groei van de transportstromen op te vangen. De tweede figuur toont dat de emissiereducties gerealiseerd in de industrie, de landbouw en de energiesector zo deels werden tenietgedaan.
Ondanks de inzet van energiebesparende maatregelen en zachtere klimatologische omstandigheden bleef de emissiereductie bij de huishoudens en de sector handel & diensten nog beperkt. Redenen daarvoor zijn o.a. de gezinsverdunning en de sterk toegenomen economische activiteiten.
Laatst bijgewerkt
Mei 2009