onduidelijke evolutie, legende opent in pop-up 

Emissie van broeikasgassen per sector (CO2, CH4, N2O, SF6, HFK's, PFK's)

Pressure (milieudruk), legende opent in pop-up, legende opent in pop-up

De klimaatveranderingen die we de laatste 50 jaar waarnemen zijn met heel grote waarschijnlijkheid mede toe te schrijven aan menselijke activiteiten die de concentratie van broeikasgassen in de atmosfeer verhogen: voornamelijk het gebruik van fossiele brandstoffen en ontbossing. Die activiteiten gaan immers gepaard met een netto uitstoot van broeikasgassen in de atmosfeer.

Deze indicator gaat na wat het aandeel is van de verschillende sectoren in de broeikasgasemissies van Vlaanderen, en hoe die aandelen verschuiven in de loop der jaren.

Figuren

Aandeel van de sectoren in de broeikasgasemissies voor de jaren 2006 en 2007 vergeleken met de aandelen in het referentiejaar (Vlaanderen)
bron: MIRA op basis van EIL (VMM)
Emissie van broeikasgassen per sector (Vlaanderen, vergelijking 2007 met referentieniveau)
bron: MIRA op basis van EIL (VMM)

Verloop

Energiesector en industrie verantwoordelijk voor helft van broeikasgasuitstoot

Daar waar in de eerste helft van de jaren 90 de industrie nipt de belangrijkste bron van broeikasgassen was in Vlaanderen, heeft inmiddels de energiesector die rol nadrukkelijk overgenomen. De eerste figuur geeft aan dat de industrie (23,2 %) en de energiesector (29,0 %) samen instaan voor ruim de helft van de broeikasgasemissies. Transport (incl. privéverplaatsingen; 17,1 %) en de huishoudens (15,2 %) zijn ook belangrijke bronnen. Natuur & tuinen zorgen voor een netto-opname van broeikasgassen in Vlaanderen (‘sink’), maar die opname is ruim gehalveerd t.o.v. 1990.

MINA-plan 3+ (2008-2010) schrijft voor dat de uitstoot voor verwarming van woningen en gebouwen in de sector handel & diensten in 2010 maximaal 19 % boven het niveau van 1990 mag liggen. In 2003 zaten we aan +28 %, maar een zachter klimaat hielp om de stijging sinds 1990 af te zwakken naar 8 % in 2007.

Transport enige sector waarin emissies blijven toenemen

De emissie van broeikasgassen door transport blijft ook na een sterke toename begin jaren 90 nog verder stijgen. In tegenstelling tot bij het personenvervoer volstond bij goederenvervoer de toegenomen energie-efficiëntie van de meeste transportmodi niet om de groei van de transportstromen op te vangen. De tweede figuur toont dat de emissiereducties gerealiseerd in de industrie, de landbouw en de energiesector zo deels werden tenietgedaan.

Ondanks de inzet van energiebesparende maatregelen en zachtere klimatologische omstandigheden bleef de emissiereductie bij de huishoudens en de sector handel & diensten nog beperkt. Redenen daarvoor zijn o.a. de gezinsverdunning en de sterk toegenomen economische activiteiten. 

Info

Meer milieucijfers

.pdf Kernset Milieudata

Laatst bijgewerkt

Mei 2009

Contactpersoon bij MIRA

Johan  Brouwers

Woordenboek

Broeikasgas
gas dat de opwarming van de aarde bevordert. Elk broeikasgas heeft zijn eigen opwarmend effect, relatief t.o.v. CO2. Enkele voorname broeikasgassen met hun opwarmend effect of 'global warming potential' (GWP): CO2 (1), CH4 (21), N2O (310).
CO2-equivalent (CO2-eq)
meeteenheid gebruikt om het opwarmend vermogen ('global warming potential') van broeikasgassen weer te geven. CO2 is het referentiegas, waartegen andere broeikasgassen gemeten worden. Bv. omdat bij eenzelfde massa gas het opwarmend vermogen van CH4 21 keer hoger is dan dat van CO2, stemt 1 ton CH4 overeen met 21 ton CO2-equivalenten.
F-gassen
verzamelnaam voor de fluorhoudende broeikasgassen in de kyoto-korf, HFK's, PFK's en SF6.
Kyoto-protocol
overeenkomst tussen de partijen van het Klimaatverdrag, waarin per partij (land) een emissiereductiedoelstelling voor broeikasgassen wordt opgelegd.