Ioniserende straling


Terug naar overzicht

Perceptie van nucleaire risico's

Impact (gevolgen), legende opent in pop-up

De toepassing van ioniserende straling gaat gepaard met een aantal risico's. De perceptie van die risico's kan soms sterk verschillen. Deze indicator brengt in beeld hoe Vlamingen/Belgen deze risico's inschatten.

Figuren

Vergelijking van de risicoperceptie door de bevolking en de evaluatie van risico's door wetenschappers
bron: NEHAP, 2003 op basis van Pidgeon & Beattie, 1998

Verloop

Het SCK heeft in 2002 een 2006 een peiling in België naar de perceptie van het grote publiek over risico's in het algemeen en nucleaire activiteiten in het bijzonder laten uitvoeren. Net zoals in Frankrijk stelt men vast dat de technologische risico's niet de belangrijkste bekommernis zijn van de bevolking. Maar ondanks de grotere bezorgdheid over terrorisme, onveiligheid, aantasting van het leefmilieu, verslavingen en verkeersongevallen schat de Vlaming de meeste technologische risico's hoog in. Nauwelijks ernstig beoordeelde risico's zijn medische radiografieën en GSM's. Ook radon in woningen geeft geringe zorg, maar het grootste deel (77 %) van de ondervraagde Vlamingen bekent nog nooit over het radonrisico gehoord te hebben. Een discrepantie met de werkelijkheid valt op gezien de medische blootstelling en de radonblootstelling veruit de belangrijkste bronnen van ioniserende straling voor de bevolking zijn.

Op de vraag naar argumenten die pleiten tegen het nucleaire kruist men vooral het radioactief afval, het ongeval van Tsjernobyl en de kwetsbaarheid van de nucleaire installaties aan. Binnen de argumenten pro-nucleair duiden ongeveer even grote groepen de elektriciteitsprijs, de afwezigheid van CO2-emissies en de onafhankelijke energievoorziening aan. Het merendeel van de ondervraagde Vlamingen vindt de vermindering van het aantal kerncentrales een goede zaak omdat ze vrezen voor terroristische aanslagen gericht tegen nucleaire installaties en denken dat de kerncentrales een negatieve invloed hebben op de toekomst van onze kinderen. Men is wel akkoord om het nucleair wetenschappelijk onderzoek verder te zetten. Meer dan de helft (53 %) denkt dat een ramp zoals Tsjernobyl zich ook in België zou kunnen voordoen. 61 % van de Vlamingen weten dat er in de omgeving van nucleaire installaties jodiumtabletten verdeeld zijn en 65 % vinden dit een goede beslissing.

Volgens de Europese peiling in de 25 EU-lidstaten vindt slechts 23 % van de Belgen dat ze goed geïnformeerd zijn over radioactief afval. Anderzijds is de helft voorstander van kernenergie, terwijl dit maar 37 % bedraagt voor het geheel van de Europese Unie. Dit laatste contrasteert met de eerder vernoemde SCK-peiling van 2002 waar 66 % van de bevolking zich uitsprak voor een reductie van het aantal kerncentrales, wat erop wijst dat de afvalproblematiek de voornaamste maatschappelijke bezorgdheid is bij de discussie over de aanvaardbaarheid van kernenergie.

De risicoperceptie door de bevolking blijkt sterk te verschillen met de risico-evaluaties uitgevoerd door wetenschappers (figuur). Dat plaatst de overheid voor moeilijke keuzes bij het risicobeheer. Verklaringen voor het verschil in risicoperceptie zijn:

  • experts drukken technologische risico's eerder ééndimensionaal uit (doden per jaar, daling levensverwachting); de risicobeleving van de bevolking wordt door een gevoeligheid voor sociale, psychologische en ethische aspecten van gevaren bepaald; aspecten die niet mee gemodelleerd worden in gebruikelijke technische risicoberekeningen;
  • een individu definieert het risico vanuit referentiekaders, opgebouwde identiteit, verkregen informatie, contacten in sociale netwerken;
  • tot slot kan de vertrouwenscrisis tussen de bevolking en experts, industriëlen en overheid het verschil in risicoperceptie helpen verklaren.

Info

Laatst bijgewerkt

December 2007

Contactpersoon bij MIRA

Johan  Brouwers