|
|
Aantal nucleair geneeskundige onderzoeken
|
 |
De indicator geeft voor België en Vlaanderen het totaal aantal onderzoeken per jaar per 1 000 inwoners in de nucleaire geneeskunde (= de toediening van radionucliden voor medische beeldvorming).
|
|
Evolutie van het aantal onderzoeken in de nucleaire geneeskunde (België, 1997-2006; Vlaanderen, 1997-2003; 2006)
bron: MIRA/VMM op basis van gegevens RIZIV
|
Vergelijking van het aantal onderzoeken per 1 000 inwoners en per jaar in de nucleaire geneeskunde in België met de omringende landen over de periode 1991-1995
bron: UNSCEAR, 2000 en RIZIV, 2000
|
Aantal onderzoeken per inwoner loopt licht terug
In de eerste figuur is de evolutie van het aantal onderzoeken in de nucleaire geneeskunde voor Vlaanderen/België weergegeven over de periode 1997-2006. Dat aantal nucleair geneeskundige onderzoeken daalde in 2002 met 4 % na de vijf jaar daarvoor licht te zijn gestegen en bleef daarna op hetzelfde peil. Wat de relatieve frequentie van de belangrijkste nucleair geneeskundige onderzoeken betreft, blijkt uit een inventarisatie bij 19 Vlaamse ziekenhuizen in 2001 dat botscintigrafie (botscan) bijna de helft van de onderzoeken uitmaakt: 45 %.
Vergelijking met de buurlanden
België is koploper in Europa, zowel wat het aantal nucleair geneeskundige diensten betreft als het aantal onderzoeken per inwoner (tweede figuur). Het aantal onderzoeken is in Vlaanderen 20 à 25 % lager dan het gemiddelde in België. Hierbij kan meespelen dat de grote universitaire centra in Brussel niet meetellen voor Vlaanderen, terwijl veel Vlamingen daar een onderzoek laten uitvoeren. Waar het verschil in frequentie van onderzoeken met onze buurlanden vandaan komt is niet duidelijk.
Hoeveelheid gebruikte radioactieve stoffen
We schatten dat de nucleaire geneeskunde in België jaarlijks 1014 tot 1015 Bq aan radiofarmaca verbruikt, waarvan meer dan 95 % kortlevend (met een halveringstijd van minder dan een paar weken).
De Europese medische richtlijn bepaalt dat lidstaten maatregelen moeten nemen om zinloze onderzoeken (dit is een onderzoek waarvan de uitslag — positief of negatief — geen invloed heeft op het te volgen beleid of op de diagnose van de arts) te vermijden. Dit is nodig om onnodige blootstelling van patiënten te voorkomen. Het RIZIV heeft een document met richtlijnen voor doorverwijzende artsen op haar website geplaatst. Het is nog onduidelijk in hoeverre dit document bekend is bij de voorschrijvende artsen. Een Europees congres over training in stralingsbescherming stelde vast dat specialisten en huisartsen weinig vertrouwd zijn met de mogelijkheden van de moderne radiodiagnostiek en daarom lang niet altijd het meest adequate onderzoek aanvragen.
Laatst bijgewerkt
December 2007