Lozingen naar oppervlaktewater
Wat radioactieve stoffen betreft, loost de kerncentrale van Doel vooral tritium, het zware waterstofisotoop met halveringstijd van 12,3 jaar, in het oppervlaktewater (Schelde). Tritium is een zwakke bètastraler die omwille van zijn lage radiotoxiciteit apart wordt vermeld. Het komt terecht in alle waterstofhoudende producten aanwezig in het milieu en kan in de biologische cyclus doordringen. Jodium-131 – dat een halveringstijd heeft van 8 dagen – wordt afzonderlijk vermeld wegens zijn specifieke eigenschap op te stapelen in de schildklier van de mens.
De vloeibare lozingen bedroegen in 2006 maar een fractie van de vergunde lozingslimieten (zie tabel) en hebben een verwaarloosbare impact op de dosisbelasting van de omwonenden. Een controlemeting ervan kan zelfs in de war gestuurd worden door lozing in dezelfde waterweg van jodium-131 door een ambulante patiënt behandeld met radiojodium (bv. voor schildklierkanker). De niet-nucleaire afvalbewerker Indaver gelegen aan de overkant van de Schelde in Doel stoot nagenoeg evenveel jodium-131 uit als de 4 kerncentrales in Doel. Dat jodium-131 bij Indaver is afkomstig van huishoudelijk en medisch afval van patiënten uit de nucleaire geneeskunde.
Belgoprocess behandelt de radioactief besmette afvalwaters van de nucleaire bedrijven in Mol-Dessel (SCK, FBFC, Belgonucleaire, IRMM en Belgoprocess) en loost de gezuiverde afvalwaters via een 10 km lange pijpleiding in de Molse Nete. De lozingen in de Molse Nete bedroegen in 2004 voor tritium 2 500 GBq en voor de andere bètastralers 0,31 GBq.
Lozingen naar de lucht
Door het gering aantal lekkende brandstofstaven in de laatste jaren zijn ook de atmosferische lozingen door de reactoren sterk afgenomen. Bovendien zijn de geloosde edelgassen voornamelijk kortlevend. De lichte stijging van bepaalde waarden in 2006 (zie tabel) heeft te maken met een wijziging in rapportering. Vanaf 2006 worden ook meetwaarden beneden de detectielimieten aan het FANC gerapporteerd. Het toezichtsprogramma toont aan dat er – ten opzichte van de jaren daarvoor – geen meetbare verhoging is van het stralingsniveau voor de omwonende bevolking. Veruit de meeste radioactiviteit blijft ingesloten in de brandstofstaven en komt pas gedeeltelijk (zij het op zeer lange termijn) na berging vrij.
Laatst bijgewerkt
December 2007