Aanvankelijk gedumpt in zee
België stortte in de periode 1967-1982, net als vele andere landen, radioactief afval in zee. In totaal werd 15 765 m³ geconditioneerd laagactief en radiumhoudend afval in de Noord-Atlantische Oceaan gedumpt op een diepte van 4 000 m. In 1982 stopte België vrijwillig met deze activiteit, maar het ondertekende pas in 1993 de Conventie van Londen die een definitief verbod op zeeberging inhield. Sinds 1983 wordt dit soort afval opgeslagen bij Belgoprocess in Dessel.
Opslag in afwachting van berging neemt jaarlijks toe
Het grootste deel van het nucleair afval is afkomstig van de splijtstofcyclus. Deze cyclus is opgebouwd rond de nucleaire elektriciteitsproductie en bestaat in Vlaanderen uit splijtstofproductie, kerncentrales, afvalverwerking en nucleair onderzoek. Belgoprocess – de industriële dochtermaatschappij van NIRAS, de Nationale Instelling voor Radioactief Afval en verrijkte Splijtstoffen – verwerkt, conditioneert en slaat het radioactief afval op. De eerste figuur toont de hoeveelheden radioactief afval die bij Belgoprocess in Dessel worden opgeslagen. In afwachting van berging nemen deze hoeveelheden jaarlijks toe.
NIRAS raamt de afvalvolumes die het tegen 2070 zal moeten beheren op:
- 70 500 m³ categorie A afval, waarvan 51 800 m³ afkomstig zal zijn van de ontmanteling van de nucleaire installaties;
- 8 900 m³ categorie B afval;
- 4 900 m³ categorie C afval, waarvan 90 % bestraalde kernbrandstof en 10 % opwerkingsafval, indien het moratorium voor opwerking gehandhaafd blijft.
Deze raming houdt geen rekening met afval dat in het kader van de splijtstofcyclus oorspronkelijk in het buitenland werd geproduceerd. Meer bepaald de grote hoeveelheden mijnafval bij de winning van uranium en verarmd uraniumafval afkomstig van de verrijkingsfabrieken.
Het onderzoek naar passende bergingsmethodes is nog aan de gang. Voor categorie A besliste de federale regering op 23 juni 2006 voor een oppervlakteberging in Dessel op de grens met Mol. Voor afval van categorieën B en C bestudeert NIRAS de uiteindelijke berging in diepe kleilagen. Voor een actuele en uitgebreide bespreking van de diverse bergingsconcepten verwijzen we naar hoofdstuk 10 van het MIRA-T Focusrapport.
Radioactieve afvalstromen
De tweede figuur geeft schematisch de aanvoer en verwerking van nucleair afval door Belgoprocess, met de hoeveelheden vermeld voor het jaar 2006. Het grootste volume niet-geconditioneerd afval (66,1 %) was afkomstig van het Studiecentrum voor Kernenergie (SCK). Het betrof voornamelijk vloeibaar afval dat Belgoprocess sinds de overname van de 'waste-afdeling' van het SCK in 1989 verwerkt. De kerncentrales vertegenwoordigden 10,4 %, de afbraak van oude installaties in Mol-Dessel 2,5 %, en de overige bedrijven 19,9 %. Ziekenhuizen en biomedische laboratoria voerden in 2006 1,2 % van het afval bij Belgoprocess aan. Na verwerking werd 254 m³ laag- en middelactief geconditioneerd afval verkregen. Daarnaast verwerkten de kerncentrales het grootste deel van hun afval zelf ter plaatse en droegen in 2006 bijkomend 133,2 m³ geconditioneerd afval aan NIRAS over.
Laatst bijgewerkt
December 2007