|
|
Ertsgebruik in de fosfaatindustrie
|
 |
Binnen de industrie in Vlaanderen is de fosfaatindustrie de voornaamste bron van verhoogde concentraties aan natuurlijke radionucliden. Fosfaatertsen, zij het van magmatische (vulkanische) of maritieme (sedimentaire) oorsprong, bevatten immers verhoogde concentraties aan radionucliden van de natuurlijke uranium- en thoriumvervalreeksen. Waar de radionucliden terechtkomen, wordt bepaald door de manier waarop het fosfaat ontsloten wordt.
|
|
Evolutie van het jaarlijkse en het totale fosfaatertsverbruik (Vlaanderen, 1950-2006)
bron: Paridaens, 2001 en 2007
|
Bedrijven actief in de fosfaatindustrie
Zwavelzuur is het meest gebruikte zuur, waarbij het radium-226 uit de natuurlijke uraniumreeks vrijwel geheel naar het gevormde fosforgips gaat. De Vlaamse bedrijven die dit procédé toepassen of toegepast hebben zijn UCB (Oostende; 1953 - 1987), Prayon Rupel (Puurs; 1963 - 1992), Nilefos (het vroegere Rhodia Chemie in Zelzate; 1925 - heden) en BASF (Antwerpen; 1967 - 1993). BASF Antwerpen zet sinds 1980 ook salpeterzuur in voor de ontsluiting van fosfaatertsen zonder belangrijke stromen aan nevenproducten. De radioactiviteit komt in dit procédé in verdunde vorm in de eindproducten terecht; dit zijn bij BASF kunstmeststoffen.
Tessenderlo Chemie (Tessenderlo, 1920 - 1995; Ham 1931 - heden) laat de fosfaatertsen met zoutzuur reageren, met afvalslib als bijproduct. Tot het begin van de jaren 90 werd twee derden van het radium met het afvalwater geloosd. Zie ook indicator 'radiumemissie door de niet-nucleaire industrie'.
Jaarlijks gebruik fosfaaterts gehalveerd
De figuur geeft een overzicht van de hoeveelheden erts dat de fosfaatindustrie in Vlaanderen tussen 1950 en 2006 verwerkt heeft. Het jaarlijks ertsgebruik is sinds de jaren 80 op de helft teruggevallen tot zo'n 900 kton per jaar. Dit komt vooral door de sluiting van UCB in Oostende in 1987 en het overplaatsen van de basisfosforzuurafdeling van Prayon Rupel naar Marokko in 1992.
Laatst bijgewerkt
December 2007