De Verenigde Staten brachten in 1945 drie atoombommen tot ontploffing: een test in de woestijn van New Mexico, gevolgd door de vernietiging van de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki. De wapenwedloop bereikte zijn hoogtepunt in 1961 en 1962 toen Amerikanen en Russen probeerden elkaar de loef af te steken door de meeste en grootste bommen te laten ontploffen. De krachtigste bom, een 50 megaton waterstofbom (97 % fusie en 3 % fissie), werd op 30 oktober 1961 door de Sovjetunie tot ontploffing gebracht. De atoombommen die de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki vernielden waren relatief kleine wapens, respectievelijk 15 kiloton en 21 kiloton. In 1963 ondertekenden de Verenigde Staten en de Sovjetunie een verdrag dat bovengrondse testen verbiedt. Daarna werden er bijna uitsluitend ondergrondse testen uitgevoerd, in het totaal 1876, dit is 1 à 2 per week tot eind de jaren tachtig. De ondergrondse proeven waren minder krachtig dan de bovengrondse proeven en leidden meestal niet tot verspreiding van radioactieve stoffen.
In 1998 werd de wereld nog geconfronteerd met een nucleaire wapenwedloop in Azië: India voerde 5 ondergrondse kernproeven uit waarop Pakistan reageerde met 6 ondergrondse kernproeven. Hoewel de rechtstreekse gezondheidsimpact van deze gebeurtenissen voor Vlaanderen verwaarloosbaar is, illustreren deze gebeurtenissen de kans op een nucleair conflict en wijzen op een ontoereikende wereldwijde consensus om de verspreiding van kernwapens terug te schroeven. India en Pakistan, maar ook Israël, hebben het Non-Proliferatie Verdrag (tegen de verspreiding van kernwapens) niet getekend en Noord-Korea heeft het verdrag in 2003 opgezegd en verklaarde in 2004 kernwapens in zijn bezit te hebben.
De eerste figuur geeft een overzicht van het jaarlijks aantal bovengrondse en ondergrondse kernproeven, de tweede figuur van de totale explosieve kracht ervan.
De koude oorlog heeft een enorme tol geëist inzake radioactieve verontreiniging. De verwerking van de radioactieve kernkoppen vormt nog steeds een mogelijke bron van verspreiding van radioactief materiaal. De START I- en II-akkoorden over de halvering van de Amerikaanse en Russische kernarsenalen werden afgesloten in juli 1991 en januari 1993, maar de ratificatie door de Verenigde Staten laat op zich wachten. Ondertussen zijn de twee landen toch begonnen met een afbouw van het aantal kernwapens. Waar het totaal aantal kernwapens in de wereld in 1987-1988 piekte op meer dan 60 000, is dat aantal tegenwoordig gereduceerd tot een goede 20 000. Het verdrag op de algehele stopzetting van kernproeven werd opengesteld voor ondertekening in 1996, maar ook hier ligt de Verenigde Staten dwars. Inmiddels is een wereldwijd monitoringsysteem in ontplooiing.
Laatst bijgewerkt
December 2007