De wetenschappelijke wereld onderzocht de voorbije 20 jaar de gezondheidseffecten van de radioactieve besmetting door het ongeval met de kerncentrale van Tsjernobyl in 1986. Sinds 1990 vond men een duidelijke toename in de incidentie van schildklierkanker bij personen die als kind een grote blootstelling aan radioactief jodium opliepen. De toename is het grootst onder de kinderen die ten tijde van het ongeval jonger waren dan 4 jaar. Men stelde tot nu toe een 4000-tal gevallen vast en naar verwachting zal het verhoogde risico nog jaren aanhouden. Van de personen die schildklierkanker kregen zijn er maar enkele overleden. Ervaring in Wit-Rusland heeft geleerd dat de overlevingskans voor deze vorm van kanker op dit ogenblik bijna 99 % bedraagt.
Het is moeilijk om andere gezondheidseffecten wetenschappelijk aan te tonen. Dit wil niet zeggen dat er geen bijkomende kankers of erfelijke afwijkingen zouden zijn, maar dat we niet in staat zijn ze te onderscheiden van het natuurlijke voorkomen. Een beperkende factor voor epidemiologische studies is de barre economische situatie waarin de getroffen gebieden na het uiteenvallen van de Sovjetunie terechtgekomen zijn, met een verslechtering van de gezondheidszorg en een daling van de gemiddelde levensduur. In de gegeven omstandigheden zal het zeer moeilijk zijn om wetenschappelijk zinvolle conclusies te trekken over eventuele erfelijke effecten, aangeboren afwijkingen of andere kankers buiten schildklierkanker.
Het Tsjernobyl-forum, een samenwerking tussen 8 instellingen van de Verenigde Naties en de drie getroffen republieken, heeft een schatting gemaakt van de dodentol onder de meest bestraalde bevolkingsgroepen (Chernobyl Forum, 2005). Het totaal aantal mensen dat reeds overleden is of in de loop van hun verdere leven aan straling zou kunnen overlijden wordt geschat op 4 000, meer bepaald:
- een 50-tal reddingswerkers die reeds aan stralingsziekte overleden zijn;
- 9 kinderen die aan schildklierkanker overleden zijn; en
- een 3 940-tal stralingsgeïnduceerde kankerdoden die te verwachten zijn onder de opruimingswerkers, de geëvacueerden en de bewoners van de meest besmette gebieden (op een totaal aantal van ongeveer 600 000 personen).
Laatst bijgewerkt
Januari 2006