Ioniserende straling


Terug naar overzicht

Elektriciteitsproductie in nucleaire centrales

Driving Forces (maatschappelijke activiteiten), legende opent in pop-up
De indicator geeft het aandeel van de nucleaire energie in de totale elektriciteitsproductie voor Vlaanderen/België, en vergelijkt dit ook met andere landen.

Figuren

Evolutie totale en nucleaire elektriciteitsproductie in België en afzonderlijk voor Doel (1990-2006)
bron: Electrabel (2007), VITO (2007)
Aandeel van de nucleaire energie in de totale elektriciteitsproductie van enkele landen (2006)
bron: World Nuclear Association, 2007
Evolutie van het nucleair elektrisch vermogen in België als alle kerncentrales die ouder zijn dan 40 jaar moeten sluiten en er geen nieuwe meer mogen gebouwd worden
bron: IAEA PRIS database, 2007

Verloop

Kerncentrales blijven voornaamste bron van elektriciteit

Het aandeel van kernenergie in de Belgische elektriciteitsproductie bedroeg 54,4 % in 2006. De 4 kerncentrales van Doel stonden in voor 26,5 % van de stroomproductie (eerste figuur). Het nucleair aandeel neemt langzaam af, maar trager dan de toename in elektriciteitsgebruik ondanks een onveranderd aantal kernreactoren. Dit is mogelijk door de toenemende invoer van elektriciteit. Maar ook de ingevoerde elektriciteit – niet verrekend in de figuur – is grotendeels van nucleaire oorsprong: Frankrijk is met zijn omvangrijke nucleaire stroomproductie immers met ruime voorsprong de grootste stroomexporteur binnen Europa. In 2006 was de invoer 10 TWh groter dan de uitvoer; dit komt neer op 11 % van het binnenlandse verbruik.

Aandeel kernenergie bij hoogste in de wereld

België (54,4 %) had in 2006 na Frankrijk (78,1 %), Litouwen (73,2 %) en Slowakije (57,2 %) het hoogste aandeel elektriciteit uit nucleaire centrales in de wereld (tweede figuur).

De Belgische overheid heeft in 2003 beslist om de kernenergie geleidelijk af te bouwen: kerncentrales moeten dicht zodra ze veertig jaar oud zijn. Dat betekent dat de eerste drie centrales in 2015 sluiten (Doel 1 en 2 en Tihange 1) en de laatste in 2025. Bovendien mogen er geen nieuwe kerncentrales voor industriële elektriciteitsproductie gebouwd worden. De derde figuur toont het verloop van de nucleaire productiecapaciteit volgens dit uitstapscenario.

Info

Laatst bijgewerkt

December 2007

Contactpersoon bij MIRA

Johan  Brouwers