De wereldwijde blootstelling door de radioactieve neerslag van de vele bovengrondse kernproeven bereikte zijn hoogtepunt in 1962 en 1963 met een gemiddelde bevolkingsdosis van 0,11 mSv/jaar. Dit komt overeen met 5 % van de natuurlijke stralingsachtergrond. De dosissen zijn intussen afgenomen tot verwaarloosbare waarden. De belangrijkste radionucliden voor de bevolkingsdosis zijn koolstof-14, cesium-137 en strontium-90.
Het verloop van de cesium-137 en strontium-90 concentratie in melk afkomstig van een boerderij in Dessel is voorgesteld in de eerste twee figuren. In de beide gevallen komt een piek voor in de jaren 60 te wijten aan de rivaliteit tussen de Verenigde Staten en de Sovjetunie. De cesium-137 concentratie vertoont een tweede piek in 1986 door het ongeval met de kerncentrale van Tsjernobyl. In de strontium-90 figuur komt deze piek niet voor door de beperkte aanwezigheid van strontium-90 in de bronterm van het Tsjernobyl ongeval.
De derde figuur illustreert de overdracht naar de mens. De figuur toont de gemiddelde hoeveelheid cesium-137 per persoon in de streek Mol-Dessel (provincie Antwerpen) tussen 1959 en 2005. De meetresultaten (Bq/persoon) zijn genormaliseerd voor een persoon met een lichaamsgewicht van 70 kg. De afname van de besmetting na 1963 is sneller dan de fysische halveringstijd van cesium-137 (30 jaar), maar trager dan de zuiveringsprocessen van het lichaam (de biologische halveringstijd van cesium is ongeveer 110 dagen). De inname via de voedselketen neemt immers na verloop van tijd af omdat de neergezette cesium meer en meer in de bodem komt vast te zitten. De maximale cesiumconcentratie in ons lichaam was na het ongeval in Tsjernobyl vier maal kleiner dan tijdens de kernproeven in de jaren 60.
De derde figuur toont ook de activiteit van het luchtstof voor de periode 1957 tot 2005. De besmetting van het luchtstof was tijdens het ongeval in Tsjernobyl 4 maal hoger dan na de kernproeven, maar de verhoging duurde slechts één maand, zodat er uiteindelijk minder cesium beschikbaar was voor opname in het lichaam. Momenteel zorgt de radioactieve depositie van cesium-137 in de bodem als gevolg van het ongeval in Tsjernobyl (april 1986) nog voor een verwaarloosbare gemiddelde jaardosis van 5 µSv/jaar.
Laatst bijgewerkt
December 2005