Ioniserende straling


Terug naar overzicht

Radiologisch toezicht en noodplanning voor nucleaire ongelukken

Response (beleidsrespons), legende opent in pop-up

 

Figuren

Structuur van het Belgisch nucleair noodplan. Het crisiscentrum van de federale regering in Brussel beslist over de beschermingsmaatregelen en geeft de beslissingen door aan de provinciale crisiscentra voor verdere uitvoering
bron: 

Verloop

De vele manieren waarop de mens aan bronnen van ioniserende straling kan blootgesteld worden, maken van het toezichtsprogramma van het Belgisch grondgebied een complexe zaak. Het FANC dat voor het toezichtsprogramma verantwoordelijk is, werkt voor de uitvoering samen met het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV), het SCK en het Instituut voor Radio-Elementen (IRE). Men volgt de niveaus van natuurlijke en artificiële radioactiviteit op van de lucht, de regen, het oppervlaktewater, het drinkwater, de bodem, de rivierafzettingen, de kustzone en de voedselketen (melk, vlees, vis, groenten, enz.).

Elk jaar neemt men ongeveer 2 700 stalen (losstaand van het TELERAD-netwerk dat verderop wordt besproken) waarop men 6 500 analyses uitvoert. In Vlaanderen besteedt men in de eerste plaats aandacht aan de zones rond de kerncentrales van Doel en rond de nucleaire industrie van Mol-Dessel. In het Nete-Demer bekken volgt men de radiumconcentratie als gevolg van de lozingen door Tessenderlo Chemie op. De radiologische toestand van het Belgisch grondgebied is overal normaal te noemen. Alleen de historische radiumbesmetting in de overstromingsgebieden van het Nete- (Laak) / Demer- (Winterbeek) bekken vragen extra aandacht en meer gedetailleerd onderzoek.

Daarnaast volgt het FANC de radioactiviteit in België, en in het bijzonder rond de nucleaire installaties, in reële tijd op met het automatisch meetnet TELERAD. Op 189 plaatsen meet men daartoe de gammastraling:

  • 81 meetstations maken deel uit van het landsbedekkend net met om de 20 km een monitor;
  • 108 meetstations vormen een dubbele ring rond de nucleaire sites met monitoren op de omheining en in de voornaamste woonkernen.

Het meetnet bevat ook monitoren om de radioactiviteit van het luchtstof te meten en enkele watermeetstations. TELERAD is in de eerste plaats een waarschuwingsnetwerk dat toelaat een abnormale situatie snel te detecteren. Afhankelijk van de ernst van de situatie kan vervolgens het nucleair noodplan in werking worden gesteld.

Alle nucleaire installaties met een risico op accidentele verspreiding van grote hoeveelheden radioactieve stoffen in de omgeving moeten een noodplan opstellen dat kadert in het noodplan voor nucleaire risico's voor het Belgisch grondgebied (figuur). Nucleaire noodplanning valt onder de bevoegdheid van het ministerie van binnenlandse zaken. Het noodplan stelt de federale overheid in staat om bij een ongeval snel te kunnen handelen en aldus de bevolking beter te beschermen. In het crisiscentrum bundelt men alle informatie, aangevuld met meetgegevens, weerprognoses enz. De meest aangewezen tegenmaatregelen die de regering afhankelijk van de ernst van het ongeval kan treffen zijn: schuilen, evacuatie, inname van stabiel jodium en maatregelen naar de voedselketen (landbouw en drinkwater).

Info

Laatst bijgewerkt

Januari 2006

Contactpersoon bij MIRA

Johan  Brouwers