Blootstelling werknemers in de kerncentrales en bij het SCK
Dosissen van meer dan 10 mSv/jaar zijn zeldzaam in de nucleaire industrie, tenzij voor sommige groepen externe werknemers bij herlading en onderhoud van reactoren. In productiecentrales krijgen externen de hoogste collectieve dosis. Deze wordt in de ons omringende landen op 65 à 80 % van de totale dosis geraamd. In tegenstelling tot onze buurlanden is er in België geen centraal operationeel bestand van de dosissen die nucleaire werknemers ontvangen.
In 2005 bedroeg de collectieve jaardosis in de kerncentrales van Doel 1,41 manSv, inclusief externe werknemers. Dit is beduidend lager dan de collectieve dosis uit het begin van de jaren negentig van ongeveer 5 manSv (figuur). Omgerekend per eenheid van geproduceerde elektrische energie bedroeg de collectieve werknemersdosis in 2006 0,6 manSv per GWj (1 GWj = 8,76 TWh).
Het SCK (Studiecentrum voor Kernenergie in Mol) en de kerncentrale van Doel hanteren een systematische ALARA-aanpak (As Low As Reasonably Achievable: de dosis zo laag houden als redelijkerwijze mogelijk is) met aandacht voor de kosten-effectiviteit. De collectieve dosis en de maximale individuele dosis van het SCK-personeel bedroegen in 2006 respectievelijk 0,119 manSv en 3,0 mSv.
Blootstelling ten gevolge van ganse splijtstofcyclus
UNSCEAR, een wetenschappelijke instelling van de Verenigde Naties, raamt de collectieve dosis voor de lokale bevolking (straal van enkele tientallen km) als gevolg van emissie van kerncentrales op 0,44 manSv/GWj. Opwerking en transport voegen daar nog 0,13 en <0,1 manSv/GWj aan toe. De UNSCEAR-schatting van de wereldwijde collectieve dosis door de nucleaire brandstofcyclus is veel groter: 50 manSv/GWj. Dit is de som van alle doses over de ganse wereldbevolking voor de komende 10 000 jaar als gevolg van 1 GWj nucleaire elektriciteitsproductie. De voornaamste bijdragen komen van het geloosde koolstof-14 en van de emissie van het edelgas radon uit de grote hoeveelheden langlevend radiumhoudend afval van de uraniumwinning. UNSCEAR schat de bijdrage voor het bergen van het laag- en middelactief afval van de kerncentrales laag in: respectievelijk 0,00005 en 0,5 manSv/GWj. Voor het hoogactief afval geeft UNSCEAR geen cijfers omdat er bij de publicatie van het rapport in 2000 nog geen enkele geologische berging in gebruik was.
Een continue nucleaire elektriciteitsproductie van 250 GWj zou op lange termijn resulteren in een toename van de individuele dosis van de wereldbevolking met 1 µSv/j. Voor Vlaanderen zou dit overeenkomen met een toename van de huidige gemiddelde blootstelling met 0,02 % (zie ook figuur 2). Voor een beperkte productieperiode van 100 of 200 jaar wordt de mondiale toename geschat op respectievelijk 0,1 of 0,16 µSv/j.
Laatst bijgewerkt
December 2007